Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
In de vacantie.
II.
Geen vijf minuten later was het spel in vollen gang.
Al de poppen werden voor den dag gehaald. Ze hadden er
wel negen bij elkander. Toen zei Anna, dat ze ^schooltje
moesten spelen. »Hé jal" dat vond Cato goed. De
poppen werden op een rij tegen den muur gezet. Niet
omdat ze straf verdiend hadden; want de school was nog
niet eens begonnen. Maar ze konden op haar eigen beenen
niet staan. Toen dat klaar was zouden ze beginnen.
Maar 't ging niet goed. Geen enkele van al die poppen
had verstand genoeg, om een matje te vlechten; en Anna
mocht, zoo mooi als ze kon, een versje voorzeggen,
niet een sprak haar na. Toen verzon Cato wat anders.
Haar pop, die ze meegebracht had, was een boerin.
»Weet je wat," zei ze nu, »we moesten van mijn boerin
een dame maken en van die dame een boerin."
Ja warempel, dat was goed bedacht. In een oogenblik
zat nu ieder met haar eigen pop op den schoot, om die
nit te kleeden. Dat ging gemakkelijk genoeg. Maar aan-
kleeden, dat was lastiger. De jurk voor de boerin was
voor de dame veel te wijd, en de japon van de dame
kon de dikke boerin niet aankrygen. Maar dat was nog