Boekgegevens
Titel: Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.; Brouwer, N.; Cramer, W.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
13e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6981
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202915
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wie leest er mee?: leesboek voor de lagere school (het vijfde der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Hij, die altyd voor ons waakt,
Zorgt, dat ons geen leed genaakt;
Slaap dan liev'Iing, goeden nacht!
God houdt over ons de wacht.
In de vacantie,
I.
Och hé! dat was nu toch erg verdrietig! Cato had zoo
vast beloofd, dat ze komen zou, en nu bleef ze weg.
Wat zou er aan schelen?
Al wel tienmaal was Anna door het raam in de zijka-
mer gaan kyken, of ze haar nog niet zag. Maar neen
hoor, mis was het eiken keer. Moe zei wel, dat het nog
zoo laat niet was, en dat Cato wel gauw zou komen,
maar Cato kwam niet. En ondertusschen zat Anna maar
te wachten en werd er op het laatst verdrietig onder.
Anna van Doorn was een eenig kind; ze had niet één
zusje of [broertje, en als ze thuis was, had ze niet zoo
heel veel verzet. Speelgoed had Anna in overvloed, maar
altijd alleen spelen is toch niet prettig. En poppen zijn
wel lief en aardig, doch het zijn toch .maar poppen.
Behalve die eene groote, die telkens »Ma'* riep, als men
haar aanraakte, waren ze allen:aal stom en gaven dus
nooit antwoord. En Fik dan? Ja, Fik was wel een levende