Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
96.
ENGELSCHE
potential mood,
Present tense,
1 may or can he loved.
Imperfect tense,
I might, could, would or should
he loved.
Perfect tense,
I may or can have been loved.
Pluperfect tense,
I might, could, would or should
have been loved,
SUBJUNCTIVE MOOD,
Present teme.
If 1 he loved,
if thou be loved.
If he he loved.
If we be loved.
If you he loved.
If they be loved.
Imperfect tense ^
That I were loved,
That thou were loved,
That he were loved.
That we were loved.
That you were loved.
That they were loved.
Participles,
Present: being loved.
Past: having been loved.
vermogende wus,
Tegenwoordige tijd.
Ik mag of kan bemiad worden,
euz.
Onvolm. verleden tijd.
I mogt, kon, wilde of zon be-
mind worden, enz.
Volm. verleden tijd.
Ik mag of kan bemind geworden
zijn, enz.
Meer dan volm. verl. lijd.
Ik mogt, kon, wilde of zou be-
mind geworden zijn, enz.
aanvoegende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Indien ik bemind worde.
Indien gij bemind wordet.
Indien hij bemind worde.
Indien wij bemind worden.
Indien gij bemind wordet.
Indien zij bemind worden.
Onvolm. verl, tijd.
Dat ik bemind werde.
Dat gij bemind werdet.
Dat hij bemind werde.
Dat wij bemind werden.
Dat gij bemind werdet.
Dat zij bemind werden.
Deelwoorden.
Tegenw.: bemind wordende.
Verl.: bemind geworden zijnde.
Opstellen over de Lijdende Werkwoorden.
82.
Ik word bemind ; gij wordt niet veracht 1 5 bij wordt ge-
straft 2; wij worden geprezen 3 ; zij worden gehaat 4. Ik
werd m^l geslagen^ gij werdt niet bedroefd bij werd nieS
\
1 despised.
2 punished.
3 praised.
4 hated.
5 beaten.
6 afflicted.
t:'
É