Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
74.
ENGELSCHE
zullen meer dan ééns gehlaagd 18 hebben. Gij zegt teveel 19^
Vriend I wij zullen zwijgen 20.
18 to complain. 19 too much. 20 to be silent.
1V°. 58.
Ik vergeef 1 niet; maar mijn broeder en mijne zuster zullen
vergeven. Gij witit 2 niet; en uwe vrienden verliezen 3 niet.
Dat weet ik. Hij onderwijst 4 niet; maar zijn meester onder-
wijst. Wij t'ereere« 5 niet, cn uwe nabestaanden 6 verachten 7
niet. Ik trouwde 8 niet ; maar mijn vader trouwde. Hij onder-
hield 9 niet; maar zijne vrienden onderhielden. "Wij vergroot'
ten 10 niet, maar die dwazen 11 deden het. Ik geloof 12 't
gaarne 13 ; ik beb de eer ben te kennen. Kendet gij dien
koopman niet? Neen, ik beb hem nooit gekend; geloof mij.
1 to forgive. 6 relation, 10 to magnify.
2 to gain. 7 to despise. 11 fool.
3 to lose. 8 to marry. 12 to believe.
4 to instruct. 9 to maintain, 13 willingly.
5 to honour.
59,
Waarschmv 1 ik uw' vriend niet? Bezoeïe 2 ik die oude
lieden^ niet? Bespaart^ bij zijn geld? Onderneemt 5 zij die
zaak? Versterken 6 wij tezamen 7? Werpt 8 gij een* steen?
Groeten 9 zij die beeren en daines 10? Gij doet niets dan 11
vragen, Mijnheer! ik zal u niet meer antwoorden. Gij hebt
ongelijk. Bookte 12 ik? Sloot 13 hij? Verleidden J4 wij?
Verkortten 15 zij? Zou ik teruggeven 16? Zoudt gij hekend
maken 17? Zou hij zuiveren 18? Zouden wij ondervragen 19?
Zoudt gij bidden 20? Zouden zij hem morgen loslaten 21?
Doe wat gij wilt; ik bemoei 22 er mij niet mede.
16 to return.
17 to publish.
18 to purify.
19 to question.
20 to pray.
21 to release.
22 to meddle with.
1 to warn. 9 to salute.
2 to visit. 10 ladies.
3 old people. 11 nothing but.
4 to spare. 12 to smoke.
5 to undertake. 13 to shut.
6 to strengthen. 14 to seduce.
7 together. 15 to shorten.
8 to throw.
\