Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
66. ENGELSCHE
Perfect tense; Volmaakt verleden tijd;
May or can I not have abandoned? Mag of kan ik niet verlaten hebben?
Pluperfect tense. Meer dan volm. verl. tijd.
Might, could, would or should Mogt, kon, wilde of zou ik niet
l not have abandoned? verlaten hebben?
Opstellen over de Hulpwerkwoorden.
42.
Ik heb genoegen 1. Gij hebt vermaak 2. Hij heeft rijkdom-
men 3. Wij hebben gouden horlogien 4. Gij hebt een' fraaijcn
ruiker 5. Zij hebben verhevene G gevoelens 7. Heb ik *)
nieuwe handschoeiien 8? Heeft hij hekwame 9 tuiiiiieden 10?
Hebben wij 11 en geweren 12? Hebt gij een geregeld 13
gedrag 14? Hebben zij groote gebouwen 15? Heb ik geene
goede vrienden? Heeft bij geene gemeubleerde 16 huizen?
Heeft zij geene gordijnen 17? Wij hebben niet hetgene gij hebt;
en zij hebben hetgene gij niet hebt. Hat komt mij voor 18
07imogelijk 19 te zijn.
1 contentment. 8 glove; 14 behaviour, conduct.
2 pleasure. 9 skilfnl. 35 building.
3 riches. 10 gardener. 16 furnished.
4 gold watch. 11 sword. 17 curtain.
5 nosegay. 12 musket, gun. 18 that seems to me.
6 elevated. 13 regular. 19 impossible,
7 sentiments;
43.
Ik had gisteren een wit vest 1 , en lilj Iiad zijden 2 kou-
sen. Wat hadt gij toen , waarde 3 Vriend ? Getrouive 4 be-
dienden 5. Dat is iets anders. Zij hadden rijpe 6 appelen ,
1 waist'Coat. 3 dear. 5 servant.
2 silk. 4 faithful. 6 ripe.
*) Wanneer de werkwoorden vragenderwijs vervoegd worden, ge-
bruikt men meestal het hulpwoord to do zoo als wij gezien hebben,
als: do 1 play ? speel ik? — Wanneer men evenwel de hulpwoor-
den io have en to be heeft, geschiedt dit vragen gewoonlijk door
het voornaamwoord achter het werkwoord te plaatsen, zoo als in
het Hollandsch; have I? heb ik? am I? ben ik?