Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
63
\
First future tense,
I shall {will)
Thou wilt {shalt)
Be will {shall)
We shall {will)
You will {shall)
They will {shall)
Second future tense,
I shall {wilt)
Thou wilt {shall)
He will {shall)
We shall {will)
You, or ye will {shalt)
They will {shall)
Imperative mood ,
Let me not cover.
Cover not, or cover thou not,
or do thou not cover.
Let him not cover,
Let us not cover,
(Cover not, or cover you, or ye
not) do not cover.
Let them not cover.
Potential mood.
Present tense,
I may or can not cover.
Imperfect tense,
I might, could, would or should
not cover.
Perfect tense,
I may or can not have cqvered,
Pluperfect tense,
I might, could, would or should
not have covered.
Infinitive mood ,
Present; not to cover,
Perfect: not to have covered.
Participles,
Present: not covering,
Perfect: not covered.
Eerbte toekomende tijd.
Ik zal niet dekken.
Gij znlt niet dekken.
Hij zal niet dekken,
"Wij zullen niet dekken.
Gij zult niet dekken.
Zij zullen niet dekken.
Tweede toekomende tijd.
Ik zal niet gedekt hebben.
Gij zult niet gedekt hebben.
Hij zal niet gedekt hebben.
"Wij zullen niet gedekt hebben.'
Gij zult niet gedekt hebben.
Zij zullen niet gedekt hebben.
gebiedende wijs.
Laat mij niet dekken.
Dek niet.
Laat hem niet dekken.
Laat ons niet dekken.
Dekt niet.
Laat hen niet dekken:
vermogende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Ik mag Of kan niet dekken.'
Onvolm. verleden tijd.
Ik mogt, kon, wilde of zou niet
dekken.
Volmaakt verleden tijd.
Ik mag of kan niet gedekt hebben.
Meer dan volm. verl. tijd.
Ik mogt, kon, wilde of zou niet
gedekt hebben.
onbepaalde wijs,
Tegenw. tijd: niet dekken.
Verl. tijd: niet gedekt hebben.
Deelwoorden.
Tegenwoordig: niot dekkeade.
Verleden: niet gedekt.