Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
59
Sn
Si

Pluperfect tense,
I had loved,
Thou hadst loved.
He had loved,
TFe had loved.
You had loved,
They had loved,
First future tense ,
I shall {wilt) love.
Thou wilt {shalt) love.
He will {shall) love,
ire shall {will) love,
You will {shall) love.
They will {shall) love,
Second future tense,
I shall {wilt)
Thou wilt {shall)
He will {shall)
We shall {will)
You will {shalt)
The will {shall)
Imperative mood.
Let me love.
Love, or love thou, or do thou
love,
Let him love.
Let lis love,
Love, or love you, or ye, or do
ye love.
Let them love.
Potential mood.
Present tense ^
I may or can love,
Imperfect tense,
I might, could, would or should
love,
Perfect tense,
I may or can have loved.
Pluperfect tense,
I might, could, would or should
have loved.
Meer dan volm. verleden tijd.
Ik bad bemind.
Gij hadt bemind.
Hij had bemind.
"Wij hadden bemind.
Gij hadt bemind.
Zij hadden bemind.
Eerste toekomende tijd.
Ik zal beminnen.
Gij znlt beminnen.
Hij zal beminnen.
Wij zullen beminnen.
Gij zult beminnen.
Zij zullen beminnen.
Tweede toekomende tijd.
Ik zal bemind hebben.
Gij zult bemind hebben.
Hij zal bemind hebben.
"Wij zullen bemind hebben.
Gi^ zult bemind hebben.
Zij zullen bemind hebben.
gebiedende wijs.
Laat mij beminnen.
Bemin.
Laat hem beminnen.
Laat obs beminnen.
Bemint.
Laat hen beminnen.
Vermogende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Ik mag of kan beminnen.
Onvolmaakt verl, tijd.
Ik mogt, kon, wilde of zoa be«
minnen.
Volmaakt verleden tijd.
Ik mag of kan bemind hebben.
Meer dan volm. verl. tijd.
Ik mogt, kon, wilde of zon be-
mind hebben.