Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
58.
ENGELSCHE

Tormd door de halpwoorden may, can, en den onvolmaakt ver-
ledenen tijd van will en shall, zoo als men nit de voorbeelden van
vervoeging zien kan.
Hier moeten wij ook aanmerken, dat may en migJit de mogelijk»
heid aanduiden, of ook wel 't verlof om iets te doen; maar can en
could duiden 't vermogen of de magt aan. Ee can toriie, betee-
kent: bij is in staat, bij kan schrijven; he may torite, hij mag,
't is hem veroorloofd te schrijven.
Daarom zegt men , van 't weer sprekende: it may rain, het kan
regenen, 't is mogelijk, dat het regene.
Door middel dezer uitlegging der tijden , en 't volgende voorbeeld
van vervoeging {conjugaiion), kan de leerling al de regelmatige
werkwoorden leeren vervoegen.
Vervoeging van H regelmatig bedrijvend Werkwoord
Beminnen.
Deelwoorden.
Tegenwoordig: beminnende.
Verleden: bemind.
t o love,
Participles,
Present', loving.
Past: loved.
Indicative mood,
Present tense,
I love.
Thou lovest,
AaNTOONENDE wijs.
Tegenwoordige tijd.
Ik bemin.
Gij bemint.
Ee, she, or it loves, or loveth, Hij , zij, het of men bemint.
We love.
You love.
They love.
Imperfect tense,
I loved.
Thou lovedst,
Ee loved.
We loved.
You loved.
They loved.
Perfect tense ^
I have loved.
Thou hast loved,
Ee has loved.
We have loved.
You have loved.
They have loved.
"VVij beminnen.
Gij bemint.
Zij beminnen.
Onvolm. verleden tijd.
Ik beminde.
Gij bcmindet.
Hij beminde.
"Wij beminden,
Gy bemindet.
Zij beminden.
Volm. verleden tijd.
Ik heb bemind.
Gij hebt bemind.
Hij heeft bemind.
Wij hebben bemind.
Gij hebt bemind.
Zij hebben bemind.