Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
56. ENGELSCHE
I shall havedinedat oned'clock, Ik zal te ééa ure gegeten hebben.
Ee wilt he ready when you, Hij zal gereed zijn, als gij mor-
come io-morrow, gen komt.
Ook de tijden der aanvoegende wijs duiden dikwerf iets toekom-
stigs aan, als:
If he come to-morrow, Indien hij morgen komt.
3, Over de vorming van de personen en tijden der
regelmatige werkwoorden.
Het tegenwoordig deelwoord wordt gevormd door achtervoeging
van ing achter de onbepaalde wijs, als: to read, lezen; readme,
lezende; gaat de onbepaalde wijs op e uit, zoo wordt deze e gewoon-
lijk weggelaten; b. v.: to pronounce, uitspreken; pronounci^iG,
uitsprekende.
In alle tijden zijn de eerste persoon van 't enkelvoud en de drie
personen van 't meervoud aan elkander gelijk; I love, we love,
you love, they love,
De eerste persoon van den tegenwoordigen tijd is volmaakt gelijk
aan de onbepaalde wijs, als: to love, beminnen; I love, ik be-
min ; — to release, loslaten; I release, ik laat los; — to come,
komen; I come, ik kom.
Om den tweeden persoon van 't enkelvoud te vormen, voegt men
est bij den eersten , als: I hring, ik breng ; thou , gij
brengt; — I walk, ik wandel; thou walk'E&'S, gij wandelt; heeft
do eerste persoon echter reeds eene e dan voegt men er slechts st
achter; b. v.: I love, ik bemin; thou lovesT, gij bemint; — I
release, ik laat los; thou release%T, gij Iaat los.
Om den derden persoon te vormen, voegt men eene s bij den
eersten: he love^, hij bemint; he releases, hij laat los *); soms,
welluidendheidshalve es, zoo als: he dress^^, hij kleedt; he wishES,
hij wenscht; enz. In dit opzigb komen de werkwoorden overeen
met die zelfstandige naamwoorden, welke in bet meervoud, met
afwijking van den algemeenen regel, es aannemen. (Zie bladz. 8
en 9.)
*) Somtijds — en wel in poëzij of in een' verheven stijl —
vormt men den derden persoon ook met th; in de vertaling van den
Bijbel is dit algemeen; — voormaals was dit ook in gebruik in den
deftigen stijl, maar tegenwoordig niet meer.