Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
ENGELSCHE

De onvolmaaH verleden tijd vertoont ons eene daad of gebenr-
tenis, of als verleden en geëindigd, óf als onvoltooid gebleven in
een' tijd, die voorbij is.
1 loved her for her modesty and
virtue.
They were travelling post when
he met them.
hare
Ik beminde haar, wegens
zedigheid en deugd.
Zij reisden te post, toen hij hen
ontmoette.
De volmaakt verleden tijd duidt niet alleen aan, dat de daad
voorbij is, maar geeft tevens te kennen, dat zij zoo even of zeer
onlangs geëindigd is, als :
I have finished my letter. Ik heb mijn' brief geëindigd.
I have seen the person, that was Ik heb den persoon gezien, die
recommended to me. mij aanbevolen was.
In 't eerste voorbeeld is 't duidelijk, dat het eindigen van den
brief hoewel verleden , geschied was in een' tijd , die den tegen-
woordigen onmiddellijk voorafging. — In 't laatste voorbeeld is *t
onzeker, of de persoon, van wien gewag gemaakt wordt, door den
spreker kort of lang te voren gezien was.
"Wanneer dus het tijdperk, waarin eene zaak gebeurde, geheel
voorbij is, dan gebruikt men den onvolmaakt verledenen, in plaats
van den volmaakt verledenen tijd, als:
I saw him yesterday. Ik zag hem gisteren.
en niet:
I have seen him yesterday, Ik heb hem gisteren gezien.
I finished my work last week, Ik maakte verledene week mijn
werk af.
en niet:
I have finished my work last Ik heb verledene week mijn werk
week, afgemaakt.
"Wanneer het tijdperk, waarin de zaak gebeurde, nog voortduurt,
gebruikt men den volmaakt verledenen tijd, als:
7 have leen there to-day, Ik beu daar van daag geweest.
We have travelled much this year, "Wij hebben dit jaar veel gereisd.
Maar wannneer men een gedeelte van den dag aanduidt, dat geheel
voorbij is in den tijd, waarin men spreekt, dan moet weder de o«-
volmaakt verleden tijd gebruikt worden, als:
They came home early this morn* Zij kwamen dezen morgen vroeg
ing, tehuis.