Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
52 en;gelsche
I can Tide, Ik kan rijden.
B.e would walk. Hij wilde wandelend
They should learn. Zij moesten leeren;
De aanvoegende wijze vertoont eene daad onder eene voorwaarde,
een* wcnseh of eene veronderstelling; zij wordt voorafgegaan door
een voegwoord, hetzij dan uitgedrukt of er onder verstaan, en ver-
gezeld door een ander werkwoord:
I wil respect him, though he Ik zal hem hoogachten, hoewel
chide me, hij mij kastijdt.
Unless he come. Tenzij hij kome.
De gebiedende wijze wordt gebruikt, om te gebieden, te verzoe-
ken, te vermanen of toe te staan, zoo als nit de volgende voorbeel-
den duidelijk is :
Depart thou immediately, Vertrek dadelijk.
Let us stay here, my friends! Laat ons hier blijven, vrienden!
Learn your lesso7is, children l Leert uwe lessen, kinderen!
Go in peace ! Ga in vrede I
Hoewel men gewoon is deze wijze gebiedend te noemen, blijkt
het toch, dat zij dikwerf in geheel tegenovergestelde beteekenissen
gebruikt wordt, als b. v. in smeekingen :
Give us this day OUT daily bread, Geef ons heden ons dagelijksch
brood.
Forgive us our trespasses. Vergeef ons onze schalden.
De onbepaalde wijze stelt eene daad in H algemeen voor, zonder
bepaling van personen of getal.
De deelwoorden worden aldus genoemd, omdat zij deel hebben aan
de beteekenis en den aard der werkwoorden en ook der bijvoegelijke
naamwoorden, als:
I am desirous of knowing him, Ik ben bcgeerig hem te kennen.
Admired and applauded he be- Bewonderd en toegejuicht, werd
came vain, hij trotsch.
Knowing is in 'teerste voorbeeld het tegenwoordig deelwoord van
to know , kennen ; terwijl admired en applauded de verledene deel-
woorden zijn van to admire, bewonderen, en to applaud, toejuichen.
De tijden der werkwoorden worden aldus genoemd, omdat zij den
aanduiden, waarin eene daad geschiedt, of zij tegenwoordig,
verledtn of toekomend is.