Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
49
We might, could, would or
should have been.
You might, could, would or should
have been.
They might, could, would or
should have been.
Subjunctive mood.
Present tense.
If I be.
If thou be,
If he be.
If we be,
If you , or ye he,
If they be,
De overige tijden zijn gelijk aan
eenkomstige tijden der aant. wijs.
■\Vij mogten, konden, wilden of
zouden geweest zijn.
Gij mogt, kondet, wildet of zoudt
geweest zijn.
Zij mogten, konden, wilden of
zouden geweest zijn.
Aanvoegende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Indien ik zij.
Indien gij zijt.
Indien hij zij.
Indien wij zijn.
Indien gij zijt.
Indien zij zijn.
de eerste personen van de over«
Infinitive Mood, Onbepaalde wijs.
Tegenwoordige tijd; io he, zijn.
Volmaakte tijd: io have heen, geweest zijn.
Vervoeging der overige Hulpwerkwoorden^
shall,
Present tense,
I shall.
Thou Shalt,
He shall.
We shall.
You shall.
They shall.
Imperfect tense,
I should ,
Thou shouldst,
He should.
We should.
You should .
They should.
will.
Present tense.
I will.
Thou wilt.
He will.
We will.
You will.
They will.
zullen.
Tegenwoordige tijd.
Ik zal.
Gij zult:
Hij zal.
Wij zullen.'
Gij zult.
Zij zullen.
Onvolm. verl. tijd.
Ik zon.
Gij zoudt.
Hij zou.
"Wij zouden.
Gij zoudt.
Zij zouden,
WILLEN.
Tegenwoordige tijd.
Ik wil of zal.
Gij wilt of znlt.
Hij wil of zal.
Wij willen of zullen.
Gij wilt of zult.
Zij willen of zullen.