Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
47
Indicative mood.
Present tense,
I am ,
Thou art.
He , she, or it is,
We are.
You are ,
They are.
Imperfect tense,
I was,
Thou wast,
lie was.
We were.
You were,
They were.
Perfect tense,
I have heen ,
Thou hast been ,
He has been,
We have been,
You have been.
They have been ,
Pluperfect tense,
I had been ,
Thou hadst been.
He had been.
We had been.
You had been ,
They had been,
Pirst future tense,
I shall {wilt)
Thou wilt {Shalt)
He will (shall)
We shall (will)
You will (shall)
They will (shall)
Second future tense,
I shall (will)
Thou wilt (shalt)
He will (shalt)
We shall (wilt)
You will (shalt)
They will (shall)
S)

AaNTOONENDE -ffljs.
Tegenwoordige tijd.
Ik ben.
Gij zijt.
Hij , zij , het, of men is.
Wij zijn.
Gij zijt.
Zij zijn.
Onvolmaakt verleden tijd.
Ik was.
Gij waart.
Hij was.
"Wij waren.
Gij waart.
Zij waren-
Volraaakt verleden tijd.
Ik ben geweest.
Gij zijt geweest.
Hij is geweest.
Wij zijn geweest.
Gij zijt geweest.
Zij zijn geweest.
Meer dan volm." verl. tijd.
Ik was geweest.
Gij waart geweest.
Hij was geweest.
AVij waren geweest.
Gij waart geweest.
Zij waren geweest.
Eerste toekomende tijd.
Ik zal zijn.
Gij zult zijn.'
Hij zal zijn.
"VVij zullen zijn.
Gij zult ziju.
Zij zullen zijn.
Tweede toekomende tijd.
Ik zal geweest zijn.
Gij zult geweest zijn.
Hij zal geweest zijn.
Wij zullen geweest zijn.'
Gij zult geweest zijn.
Zij zullen geweest zijn.