Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 43
lom *), beminnen; io wriie, schrijven; to Ie loved, bemind worden;
io laugh i lagchen; to sleep, slapen.
Men verdeelt de werkwoorden, volgens hunne beteekenis, in de
zes volgende soorten:
Auxiliary veris, hulpwerkwoorden.
Veris active, bedrijvende werkwoorden.
/' passive', lijdende werkwoorden.
neuter, onzijdige werkwoorden.
" reciprocal, wederkeerige werkwoorden.
* impersonal^ onpersoonlijke werkwoorden.
De hulpwerkwoorden {auxiliary veris) zijn die, met welker hulp
de zamengestelde tijden der andere werkwoorden gevormd worden;
hiertoe behooren: to Ie, zijn; to have, hebben; shall, will, zullen;
may, mogen; can, kunnen; to do, doen; let, laten en must, moe-
ten, welke beide laatste onveranderlijk zijn f).
Het bedrijvende werkwoord duidt eene daad aan, die van 't wer-
kende wezen op een ander voorwerp overgaat {a transitive action,
eene overgaande daad), als: to love, beminnen; to punish, straffen;
io reward, beloonen.
Het lijdende werkwoord duidt aan, dat men iets lijdt of ondergaat;
b. v.: to Ie reproved, berispt worden; to Ie hated, gehaat worden.
Onzijdige werkwoorden duiden noch eene daad, noch een lijden,
maar meer den staat of toestand van een' persoon aan, als: to sleep,
slapen; io sit, zitten.
"Wederkeerige werkwoorden duiden eene dand aan, die tot het wer-
kende wezen zelf terugkeert, als: to wash one's self, zich wasschen;
io coml one's self, zich kammen.
Onpersoonlijke werkwoorden zijn zulke, die de persoonlijke voor-
naamwoorden I, ik; thou, gij; he, hij; enz., niet voor zich dulden;
maar altijd met het onzijdige it vervoegd worden; als: it rains, het
regent; it snows, het sneeuwt.
Eer wij verder over de werkwoorden spreken, zullen wij eerst de
vervoeging der hulpwerkwoorden opgeven.
*) To wordt altijd voor de onbepaalde wijs geplaatst en beteekent
ie of om te.
t) Wanneer let op zich zelf staande, en dus niet als hulpwerk"
woord, voorkomt, is 't veranderlijk.