Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
29
24.
Hoeveel 1 vraaqt gij voor die stof 2 ? Vijf gulden 3 de
el 4 , mijnheer I Dat is inderdaad 5 te veel. Ik zal a vijft-
halven 6 gulden geven. Ik hedstih 7 o. Boevele 8 kinde-
ren heeft uw vriend? Ih weet het niet juist 9; ik geloof 10
acht. Ik heb ontvangen 11 van 12 mijn' oom : zes pond 13
Jcersen 14, twaalf pond aalbessen 15, vijftig appelen 16 en
honderd peren 17. Ik zal u de helft 18 van dat alles 19
geven. Gij zijt 20 zeer 21 vriendelijk 22.
1 how much.
2 do yon ask for that
stuff.
3 guilders.
4 a yard.
5 indeed.
6 four..... and a half. 14 cherries.
8 how many. 16 apple.
9 I don't rightly know. 17 pear,
10 helieve. 18 the half.
11 received, 19 all that.
12 from. 20 yon are.
13 pound of. 21 very.
22 kind.
7 thank.
15 currants.
25.
Den hoeveelsten hebben wij van daag 1 ? Den negenen-
twintigslen, Mijnheer! TFanneer 2 zal 3 uw broeder terugko-
men 4? Den eersten van de andere maand 5. Hoe laat Q gaat
gij 7? Te 8 negen ure, ofte half tien^. "Wij zullen/«/er 10
gaan; om 11 half elf. Iloe laai eet gij gewoonlijk 12? Om
balf vier. Dat is te laai; laat ons 13'om drie ure eten 14.
Hoe vele maanden 15 is hij te Livorno l6 geweest ? Veertien
maanden en vijf dagen. Dit is de derdemaal, dat bij o/? reisXl
is; nu zal liij V huis blijve^i 18. Het is mogelijk 19.
1 what day of the
month is this?
2 when.
3 will.
4 return.
5 next month.
0 at what o'clock.
7 do you go.
8 at.
9 half past nine.
10 later.
11 at.
12 are you used to
dine.
26.
13 let us.
14 dine.
15 months.
16 Leghorn.
17 on a voyage.
18 remain at home.
19 possible.
Uw neef heeft twee paarden gekocht 1 voor zeven honderd
gulden, eene koets 2 voor bonderden Xx^n dukaten 3, een huis
1 büught. 2 coach. 3 ducat.