Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
18 ENGELSCHE
12.
Zij trókhen op tegen 1 de vijanden mei toorn 2 en veront-
toaurdioing 3. Het paardevolk 4 en voetvolk 5 vielen 6
onverwachts 7 aan 6, en maakten 8 eene groote slugting 9.
De bewustheid zijner 10 slechte daden 11 kwelt hem 12, cn
maakt 13 bem wanhopig 14. Zij zijn opgesloten 15 zonder
mogelijkheid 16 van te ontsnappen 17. Dc twist 18 van deze
19 vrienden is over H bezit 20 van deze 21 buitenplaats 22.
Zij waren 23 aanschouwers 24 en ooggetuigen 25 van 07ize 26
dappere dadefi 27 in den oorlog legen die verachtelijke 28 vij-
anden. Deze ongelukkige7i 29 zijn blootgesteld ZO aan gevaren
31 , ellende 32, armoede 33 en verachting 34. Het leven
des menscben is eene aaneenschakeling 35 van voorspoed 36
cn tegenspoed 37, van vreugde 38 ea droefheid 39.
1 they marched against, 14 desperate.
2 anger. 15 are schnt up.
3 indignation, 16 possibility.
4 cavalry. 17 of escaping.
5 infantry. 18 contest,
6 attacked. 19 these.
7 unawares,
8 made.
9 slaughter. 22 country-seat.
10 consciousness of his. 23 were.
11 wicked deed. 24 spectator.
32 torments him, 25 eye-witness.
13 makes. 26 our.
27 exploit.
28 despicable.
29 unfortunate.
30 exposed.
31 danger.
32 misery.
20 for the possession. 33 poverty.
21 this. 34 contempt.
35 train.
38 prosperity.
37 adversity,
38 joy.
39 grief.
1V°. 13.
De vrolijkheid 1 is de ziel der zatnenleving 2. De sjyraak-
zaamheid 3 is de dochter 4 der vriendelijkheid o. Deze Q kin-
deren zijn ongehoorzaam 7 aan hu7ine 8 ouders en meesters; zij
worden daarom gestraft^. Dq luiaards 10 ziyx blootgesteld 11
aan dc berispingen 12, aan de verachti7ig 13 cn aan straf
14 des meesters. De leerlingen uwer 15 school zijn gewend
1 gaiety. 7 disobedient. 12 reproof.
2 society. 8 their. 13 contempt.
3 affability. 9 are therefore 14 punishment.
4 parent. punished. 15 of your.
5 civility. 10 sluggard. 16 are accustomed.
0 these. 11 exposed.