Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
236.
ENGELSCHE
geleerde lieden zeggen veel, in weinige woorden ; de onwetende zeg-
gen weinig, in vele woorden. De herbergzaamheids is een der
eerste pligten van den mensch. AVanneer men Aerust 9 niet in
zich zelven vindt, dan zoekt men die le vergeefs ergens anders 10.
Voordal wij ons in 't gevaar begeven 11, moeten wij 't voorzien 12
cn ^ivreezeyi 13; maar wanneer wij erin zijn, blijft 07isniets
over da7i 14 het te verachten. De wijze man twijfelt dikwijls; de
dwaas twijfelt aan niets; hij kent alle dingen, uitgenomen zijne
dwaasheid. Men moet niet regelregt 15 de gevoelens 16 tegen-
spreken van een' mensch, dien men overtuige^i 18 wil. De
eerste stap tot 19 de wijsheid is; te welen dat wij onwelend zijn.
8 hospitality. 12 to foresee. 16 opinion.
9 rest. 13 to apprehend, . 17 to contradict.
10 elsewhere. 14 we have nothing to do bnt. 18 to persuade.
11 to run into. 15 directly. 19 towards.
N^ 214.
Hij, die zijne driften kan matige^i 1, is gelukkig. Zij, die
de wetenschappen versmaden, zijn verachtelijker 2 dan de die-
ren, wier onwetendheid gevolg 3 van hunne natuur is. Zij,
die van het toppunt 4 der fortuin gevallen zijn, zien altijd op
naar de hoogte 5, waarop zij geweest zijn ; maar degenen, die
zich verheven 6 hebben , willen nooit nederwaarts 7 zien. De
hovelingen 8 geven niets aan degenen, die alles noodig bebben,
cn geven alles aan degenen, die niets noodig bebben. De ver-
kwister 9 is altijd arm , hoe rijk hij ook zij. AVees , wat gij
schijnt, en schijn, wal gij zijf. Degene, die waarlijk braaf en
edelmoedig is, beeft altijd troost, wanneer bij onderdrukt 10
wordt, wetende, dal bij verbeven is boven degenen, die bem
mishandelen 11, door bun te vergeven. De deugd, ofschoon in
tegenspoed 12 zijnde, trekt 13 achting tot zich 13; maar de
ondeugd 14, boe gelukkig zij ook scbijne, wordt veracht, 't Is
moeijelijk in 't schrijven kortheid 15 met duidelijkheid 16 te
parenVl. veinzerij 18 vernedert tale^iten 20 en geleerd-
1 to moderate. 8 courtier. 15 brevity.
2 more despicable. 9 spendthrift. 16 perspicuity.
3 consequence. 10 to oppress. 17 to unite.
4 pinnacle. 11 to injure. 18 dissimulation.
5 height. 12 in misfortune, 19 to degrade,
6 to raise one's self. 13 to attract, 20 parts.
7 downwards. 14 vice.