Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
234. ENGELSCHE
mij zeiven vereerd heeft, en wonden die ik in de verdediging
van mijn vaderland gekregen heh; en dit kunt gij niet." —
Toen de beroemde 5 Cine nnatos tot dictator benoemd was,
vonden hem de afgezanten 6 den yloeg 7 drijven 8; bij ver-
liet dien , tranen stortende 9 cn zeggende: » Helaas l mijn
land lal dan dit jaar niet bezaaid 10 worden." — SpuriusCar-
\ilius was kreupel geworden door eene wond, die bij in de dienst
der Republiek ontvangen had, en schaamde zich om in 't open*
baar te verschijnen: »Vertoon n gerust," zeide zijne moeder,
»en dat ieder stap u en het volk uwe dapperheid herinnerc!" —
Pedaretes, de eer niet gehad hebbende van gekozen te worden
onder de drie honderd personen, die een' zekeren aanzienlijken 11
ra7ig 12 in de stad hadden, ging zeer vergenoegd naar huis,
zeggende, dat bij verblijd was, dat er in Sparta drie honderd
menschen gevonden werden, die beter waren dan hij.
5 famous. 8 to hold. 11 of distinclioD.
6 deputy. 9 to shed. 12 place.
7 plough. 10 to sow.
211.
Een mensch, die roem 1 zoekt, vindt bij dien niet ge-
noeg door datgene met wijsheid te besturen 2 wal God in zijne
banden gesteld 3 heeft ? — » Wanneer de goden eea* vorst be-
minnen ," zeide een oud wijsgeer, »dan schenken zij bem 't
kwade zoowel als 't goede, opdat bij niet vergete, dat bij een
mensch is." — Euthykrates en Lasthenes, die Philippus geholpen
hadden , om meester te worden van de stad Olynthus, waarvan
zij burgers en overheidspersonen waren, beklaagden zich bij dezen
vorst, dat de Maccdoniërs hen verraders 4 noemden. »Ik weet
niet," antwoordde de koning, »boe gij u daarover verwonderen
kont; de Maccdoniërs zijn van nature lomp 5 en onbeschaafd 6;
zij noemen zoo maar alles bij den regten naam." — De hof'
meester 7 van den hertog van Guise gaf bem eens eene lijst 8
van al de noodelooze 9 personen, die in zijn huis 10 waren,
»'lis waar," zeide de prins, »dat ik al liedenW. zou kon-
1 glory. 5 clownish. 9 useless.
2 to direct. 6 unmannerly. 10 household.
3 to put. 7 steward, 11 people.
4 traitor. 8 list.