Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 223
is een verward 15 doolhof 16. Zedigheid is een van de voor-
naamste sieraden 17 der jeugd en veeltijds eene voorbode 18
van toenemende 19 verdiensten.
15 perplexing. 17 ornament. 19 rising.
16 maze. 18 presage.
195,
De drie groole vijanden der rust 1 zijn: de ondeugd, het
bijgeloof en de luiheid ; de ondeugd, welke de ziel vergiftigt 2,
verontrust 3 door slechte driften; het bijgeloof, vervult 4 ons
met denhheeldigen 5 schrik 6; de luiheid geeft ons verveling 7
en afkeer 8. Gelukkig zou de arme denken te zijn , indien
bij i7i V bezit kon treden 9 van al de schatten des lijken; en
bij zou ook gelukkig zijn voor een' korten tijd, maar wanneer
bij zijne goederen 10 lang genoeg beschouwd 11 en bewonderd
had, zouden de bezitlingen schijnen te verminderen 12, cn
zijne zorgen zouden toenemen 13. Ons geheel gedrag omtrent!^
de menschen moet bestuurd 15 worden door deze gewigtige 16
les 17: doe aan anderen, zoo als gij wilt, dat men u doen
zal. Kr is geen sterveling 18, die waarlijk wijs tnrusteloos 19
is iegelijk 20; wijsheid is de rust 21 der ziel; afwezig-
heid 22 van kwaad is een wezentlijk 23 goed; vrede, rust en
ontheffbng 24 van pijn moesten bestendige feesten zijn. De
bongerigen voeden, de naakten kleeden, de bedroefden 25
vertroosten, geeft 26 meer vermaak dan die daden, welke wij
alleen met betrekking 27 tot ons zeiven verrigten ; de welda-
digheid kan in dit opzigt 28 eigenliefde genoemd 29 worden.
1 traoquillity, II lo cohtemplate. 21 rest.
2 to poison. 12 to lessen. 22 absence.
3 to disturb. 13 to grow. 23 real.
4 to fill. 14 towards. 24 exemption.
5 imaginary, 15 to influence. 25 aölicted.
6 terror. 16 important. 26 to yield.
7 tediousness. 17 precept. 27 with respect.
8 disgQst. 18 mortal. 28 in this respect.
9 to become possessed. 19 restless. 29 termed,
10 estate. 20 at once,
196.
Tocn mea aaaSocratcs vraagde, welk mensch het digtste 1 bij
1 the nearest.