Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
219
alle angstige 4 zorgen, stilt 5 de driften , en hondt de ziel in
eene bestendige 6 rust 7. Het verhrij^e7i 8 van kennis is
eene vereeren«waurdige bezigheid der jeiigd. Wat gij ook doet,
wees ijverzuchtig 9 om uil te manten. De mannelijke ouder-
dom 10 wordt ontsierd 11 door de gevolgen een^r verzuimde
jeugd. De luiheid is de groote aanstookster 12 van alle be-
derf 13 in *t menschelijk hart. Het is vereerenswaardig de
vriend der ongelukkigen te zijn. De vriend van orde heeft ziju'
weg ^tot de deugd reeds half afgelegd 14. De liefdadigheid,
gelijk de zon, verlicht 15 alle voorwerpen. De beste der men-
schen ontmoet dikwerf teleurstelling. Laatdunkendheid ver-
waandheid en stijfhoofdigheid vernietigen 18 U vooruitzigt 19
van jo7tgeling 20. Er zijn in onze geiondheid, in ons
leven, in onze bezittingen, betrekki^ige^i 21 en vermaken,
oorzaken van verval 22 , die ongevoelig 23 werken. Gezond-
heid en vrede, eene middelmatige 24 fortuin en eenige weinige
vrienden, bevatten 25 alle ontwijfelbare 26 artikelen van
aardsch 27 geluk 28.
13 corrnptioG.
14 made.
15 to brighlen.
16 self-conceit.
17 arrügance.
18 to blast.
19 prospect,
20 yoQth.
4 anxioQS.
5 to soothe.
6 perpetual.
7 calm.
8 acquisition.
9 emulous.
10 manhood.
11 to disgrace.
12 fomenter.
21 connection.
22 decay.
23 imperceptibly.
24 moderate.
25 to sum up.
26 undoubted.
27 worldly.
28 felicity.
N®. 190.
Wij hebben geene reden om te klagen over 't lot der men-
schen , of over 's werelds wisselvalligheid 1. Bewustheid van
schuld 2 maakt ons kleingeestig 3, beschroomd 4 en klein-
hartig 5. Een opregt hart 6 zal nimmer verlegen zijn 7 om
te onderscheiden 8, wat regtvaardig, wat beminnelijk en
eerlijk is. Een slecht 9 mensch ziet dikwerf rondom zich met
eene angstige en vreesachtige omzigtigheid 10. Ware vriend-
schap zal, te allen tijde, eene onachtzame 11 of eene ruwe 12
1 mutability. 5 timid; fearful. 9 vicious.
3 consciousness of guilt. 6 upright mind. 10 circumspection,
3 mean-spirited. 7 to be at a loss, 11 careless.
4 timorous. 8 to disccro, 12 rough«