Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST;
205
The leaves drop off,
My friends began to fall off.
He flies off from his word.
They held off the enemy,
You keep them off.
To let off a gun,
To pinch off a thing.
To pluck off ihe feathers,
He pulls off his boots,
The assenHly was put off,
JFe put off from land.
To rub off a thing. _
He scrapes off the dirt,
They set off.
They shake off ihe yoke,
She slips off her shoes,
Strike off that name,
He strips his coat off,
I take off a copy,
I turn off.
To whip off a thing,
I ward off the blow from you.
De bladeren vallen af.
Mijne vrienden begonnen mij te ver-
laten.
Hij gaat van zijn woord af.
Zij bielden den vijand af.
Gij houdt hen terug.
Een geweer afschieten.
Iets afknijpen.
De veren uitplukken.
Hij trekt zijne laarzen nit.
De vergadering werd uitgesteld,
■\Vij staken van land af.
Iets afwrijven.
Hij schrapt er 't vuil af.
Zij gingen heen.
Zij schudden 't juk af.
Zij doet hare schoenen nit.
Veeg dien naam uit.
Hij doet zijn' rok uit.
Ik neem er een afschrift van.
Ik verander van weg.
Een ding in baast doeo.
Ik weer den slag voor u af.
Opstellen over de regering der Werkwoorden^
174.
AVij hebben hem dia gunst afgedwongen 1, daarom is uw
ueef misnoegd , en wil zich niet meer met ons heinoeijen 2»
nij barst va7i 3 spijt, hij zal u be^tadeelefi 4, zooveel als in
zijn vermogen is: daarom zullen wij ons tegen hem verzetten 5.
AVij bebben dat ambt G aan dien man gegeveii 7, omdat
wij van zijne verdiensten overtuigd 8 waren. Zij matigen zich 9
te veel aa7i 9 ; zij moesten niet zoo verwaa7id 10 en trotsch 11
zijn , want dit mishaagt iedereen. Een waar Christen stelt al
zijn geluk in 'l bijstaatt 12 der ongeluhkigen. De ware beltl
vi7idt 13 een o7iheschrijfelijk 14 genoegen in zijne opoffering
voor 't vaderland. Het laatste gedeelte 15 van 't leven eens
wijzen wordt besteed IG ter verheteri^ig va7i 17 do rer-
1 to force from,
2 to meddle.
3 to burst with.
4 to hurt.
5 to oppose,
0 place.
7 to confer,
8 convinced.
9 to arrogate to one's
self; to assume.
10 arrogant; conceited.
11 proud.
13 to relieve,
13 to experience.
14 infinite.
15 the latter part,
16 is taken up.
17 in correcting.