Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
201
We past a jest upon Urn,
He opened upon me,
That worked upon him,
I lighted upon him ly chance.
You jest on that sulject,
He imprinted it on his mind.
He hangs upon my hands.
Why do you frown on me?
They fall upon the enemy,
X dine upon fish ,
You dote upon her,
A war was determined on,
That devolved upon him.
He darted upon me.
We debated on that sulject,
I will let him cool upon it.
They conversed on various sul-
jects,
I have conferred that office on
her friend,
I breakfast on eggs.
Wij hebben met hem gespot.
Hij viel tegen mij uit.
Dat had uitwerking op hem.
Ik ontmoette hem bij geval.
Gij spot met dat onderwerp.
Hij prentte 't hem in.
Hij is mij tot last.
"Waarom ziet gij mij zuur oan?
Zij vallen op den vijand aan.
Ik doe mijn middagmaal met visch.
Gij bemint baar ol te zeer.
Er werd tot een' oorlog besloten.
Dat verviel bij erfenis aan hem.
Hij schoot op mij toe.
Wij beraadslaagden over dat on-
derwerp.
Ik zal hem daarover zijne aanmer-
kingen laten maken.
Zij spraken over verschillende on-
derwerpen.
Ik heb haren vriend met dien post
begunstigd.
Ik doe mijn ontbijt met eijeren.
Vele werkwoorden hebben het voorzetsel with na zich; zoo als:
I abide with her.
They accommodate themselves
with that,
To account with one,
I accommodated him with it.
She was adorned with it,
I have advised with him,
We agree with you ,
He argues with her.
Assist me with your purse,
They associate with us.
He bathed it with wine.
He fights with your brother ,
He lore with your lad temper,
I leckon to him with my hand.
She was bedecked with flowers.
The coach was besmeared with mud,
He boards with my cousin,
He burst with envy.
They are burdened with it.
You busy yourself with my affairs.
To capitulate with the enemy.
He was charged with a crime.
He closes with us.
Ik blijf bij baar.
Zij schikken zich daarnaar; Eij be-
helpen er zich mede.
Met iemand afrekenen.
Ik gerijfde hem daarmede.
Zij was daarmede versierd.
Ik heb met hem geraadpleegd.
Wij komen met u overeen.
Hij twist met haar.
Help mij met uwe beurs.
Zij verkeeren met ons.
Hij besproeide *t met wijn.
Hij vecht piet uw* broeder.
Hij verdroeg uw gemelijk humeur.
Ik wenk hem met dc hand.
Zij was opgesierd met bloemen.
Het rijtuig was vol modder.
Hij is bij mijn' -neef in den kost.
Hij borst van spijt.
Zij zijn er mede beladen.
Gij bemoeit u met mijne zaken.
Een verdrag aangaan met den vijand.
Hij werd van eene misdaad beschul-
digd.
Hij stemt met ons in.