Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
ENGELSCHE
You pine at your loss,
I quaked at it.
The ship rides at anchor,
J shudder at it.
He sneered at us.
We spurn at that.
He sticks at nothing.
We stumble at it.
Did yoic strike at him ?
I throio at him.
The ship touched at Jamaica,
Gij beklaagt uw verlies.
Het deed mij beven.
Het schip ligt voor anker.
Ik beef er voor.
Hij zag ons met verachting tan.
"Wij verachten dat.
Niets houdt hem tegen.
Dat houdt ons tegep.
Sloegt gij naar hem?
Ik mik op hem.
Het schip liep te Jamaica binnen.
De volgende werkwoorden zijn tamengesteld met de voorzetsels on.
upon, als:
Do you dwell upon it?
Do not always harp on the same
thing ,
Jt depended on you and on him,
I fastened my eyes upon it,
To gaze upon a thing.
You tread upon the pen.
To decide upon a thing.
They have fastened a crime upon
him.
Have you deliberated upon it ?
He tramples upon it.
Did he expatiate upon it?
Do not pique yourself on it.
They reckon upon it,
They seized on me,
Let us pause upon this thing.
We paused upon it.
They proceeded on their voyage.
We hisist upon it.
They have imposed upon him,
I shall wait upon you.
He touches upon ihat.
He vaults upon his horse.
He stimulated me on,
We have spurred him on,
They stole upon %(.s unawares,
I slip on my shoes.
He set the house on fire.
He rides on horseback,
I rely upon you ,
He presumes on his merit,
J pressed on him to come.
We pitch on this,
Blijft gij er op staan ?
Spreek niet altijd over dezelfde taak.
Het hing van o en van hem af.
]k vestigde er mijne oogen op.
Op iets staroogen.
Gij trapt op de pen.
Over iets beslissen.
Zij hebben hem van eene misdaad
beschuldigd.
Hebt gij er over geraadpleegd?
Hij trapt er op.
AVeidde hij er over uit ?
Beroem er u niet op.
Zij rekenen cr op.
Zij grepen mij aan.
I.aat ons bij deze zaak stilstaan.
Wij bekeken 't met aandacht.
Zij zetten hunne reis voort.
Wij dringen er op aan.
Zij hebben hem bedrogen.
Ik zal u bezoeken.
Hij roert dat aan.
Hij springt op zijn paard.
Hij zette mij aan.
W'ij hebben hem aangespoord.
Zij overvielen ons in eens.
3k trek mijne schoenen in eens aan.
Hij stak 't huis.in hrand.
Hij rijdt te paard.
Ik verlaat mij op u.
Hij laat zich op zijne verdiensten
voorstaan.
Ik zette hem aan om te kom»n.
Dit kiezen wij uit.
I