Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
198.
ENGELSCHE
Tou must not adhere io that
opinion , •
Address yourself io the king,
We opposed ourselves to it, hut
in vain ,
Do you know lohat has happened
io him ?
That leads io happiness,
This colour inclines io red.
They expose themselves io re-
proaches ,
Did he object io it ?
I will write a letter io her iO'
morrow,
They do not pay the least at-
tention io it.
Does he not owe a considerable
sum io him ?
Jle yielded himself io the mer^
cy of his enemies,
Be refers all that to himself.
It would have redounded to
our honour.
Is he put io it ?
They recurred more than Once
io our friend.
It recurred io my mind.
We return io the country,
Do you refer it io us?
That ship was bound to Leghorn,
They went straight io the place,
That time is lost io us ,
'We are going io the college.
We have a right io it,
I see io the bottom of things,
Rise early to your work,
They lost twenty guilders io her
at play,
Be speaks to the best of his
knowledge,
Be said nothing to the contrary,
Gij moet dat gevoelen niet aan-
kleven.
Vervoeg n bij den koning.
Wij hebben er ons tegen aange-
kant , maar te vergeefs.
AVeet gij wat hem overkomen is?
Dat leidt tot geluk.
Deze kleur zweemt naar rood.
Zij stellen zich aan verwijtingen
bloot.
Verzette hij er zich tegen ?
Ik zal baar morgen een' brief
schrijven.
Zij geven er in 't minst geene
acht op.
Is hij hem niet eene aanmerkelijke
som schuldig?
Hij gaf zich over aan de genade
zijner vijanden.
Hij brengt ^dat alles op zich zeiven
'thuis. '
Het zou ons tot eer verstrekt hebben,
Is hij er toe genoodzaakt?
Zij namen meer dan eens hunne
toevlugt tot onzen vriend.
Het kwam mij weêr in de gedachten.
AVij keeren naar H land terug.
Geeft gij 't aan ons over ?
Dat schip was naar Livorno bestemd.
Zij gingen regt toe naar de plaats.
Die tijd is voor ons verloren.
AVij gaan naar 't collegie.
AVij hebben cr aanspraak op.
Ik beschouw dc dingen in den grond.
Sta vroeg op om te werken.
Zij verloren twintig gulden aan haar
met spelen.
Hij spreekt naar zijn beste weten.
Hij bragt er niets tegen in.
(Zie verder 't voorzetsel io bladz. 139 en 140).
De volgendo werkwoorden nemen 't voorzetsel at na zich; als;
They grasp at every thing,
He caught at a branch^.
Did he jest at it ?
They blustered at it,
Zij willen alles hebben.
Hij hield zich aan een' tak.
Spotte bij er mede ?
Zij raasden er over.