Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
ENGELSCHE
hrotherh^ ik heb bij mijn' broeder gegeten. In dergelijke spreek-
wijzen is steeds een ander woord verzwegen, zoo als in de opgegevene
voorbeelden het woord house, huis. Wanneer men zegt: Being tkis
morning at my hookseller\ etc., toen ik heden morgen bij mijn'
boekverkooper was, enz. , zoo is hier het woord shop, winkel,
verzwegen.
Somtijds gebruikt men ook wel de's in zinnen, waarin de
reeds door o/* aangeduid is, als:« soldier of the hing''% {soldiers), t^Xi
soldaat des konings; a boob of my brothef^ {boohs), een boek mijns
broeders.
Deze tweede naamv. possessive alleen is kenbaar door verandering
van uitgang , schoon hij , even als de andere naamvallen , door een
voorzetsel {of) kan worden uitgedrukt. Onze derde naamv. wordt
door to gevormd: to the father, den (aan den) vader.
Opstellen over de Lidwoorden en Zelfstandige Naam-
woorden.
]v^ 1.
liet huis 1 en de stal 2 van den oom 8. De paarden 4 en
de hoets 5 van den vader. De herken 6 en paleizen 7 van
de hoofdstad 8. De stoelen 9, arynstoelen 10, spiegels 11,
tafels 12 en tapijtefi' 13 van de kamers 14. De broeders 15,
nevelt 16 , nichten 17 en vrienden 18 van den huurmaii 19.
De pen 20, het *) hoek 21, de lei 22, de inktkoker 23
en 't yennemes 24 van den meester 25. De lessenaar 26
van Jan.
1 house.
2 stable.
3 uncle,
é borse.
5 coach.
6 church.
7 palace.
8 capital.
9 chair.
10 arm-chair.
11 lookiugglass.
12 table.
13 carpet.
14 chamber.
15 brother.
16 cousin {zoon van
oom of tante); nephew
{zoon van broeder of
zuster).
17 cousin {dochter van
oom of tante) i niece
{dochter van broe-
der of zuster).
18 friend.
19 neighbour.
20 pen.
21 book.
22 slate.
23 inkstand.
24 penknife.
25 master.
26 desk.
♦) In 't Engelsch moet het lidwoord niet herhaald worden,
ofschoon ook de op te noemen zelfstandige naamwoorden in geslacht
en getal verschillen.