Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
185
(IcrlijliS ? Al wat niet strekt 16 lot eer 17 van God of lot
heil 18 der maatschappij 19 , is e^ikel 20 ijdelheid. Alles
wat m dient om verstand 22 Ie verlichten 23, en om
't hart goede gevoelens 24 in te prenten 25, kan nuttig ge-
noemd 26 worden.
16 to tend.
17 glory.
18 good.
19 society.
20 mere.
21 whatever.
22 understandiog,
23 to enlighten.
24 right feelings.
25 to impress with.
26 pronounced.
]V°. 163.
• Al 1 zijn uwe misslagen nog zoo groot 2 , ik zal u alles
vergeven , indien gij u helert. De wijsgeeren , hoe verheven 3
hunne gevoelens ook zijn 4, zijn zoowel aan misslagen blootge-
steld 5 als andere stervelingen 6. Hoewel 7 de modes nog zoo
dwaas 8 zijn , men volgt ze. Hoe 9 bekwaam 10 en geleerd
wij ook 9 zijn, laat ons nooit eone ijdele vertooning 11 maken
met onze kunde 12. Hij, die dengd bezit, zal bemind worden,
in welk 13 land hij zich 14 ook 13 hevinde 14. AVelke ook
uwe geboorte zij, welke xx'hq verhevenheid 15 en uw roem, gij
moet niemand verachten 16. Wat ook 17 een' deugdzaam' man
overkotne 18, bij mort 19 nimmer tegen de Goddelijke Voor-
zienigheid 20. Van wien gij ook spreekt, vermijdt kwaad-
sprekendheid 21. Als men niet beschaamd 22 is over 23
zijne misslagen, verdient 24 men straf. AVanneer men zedig is,
wi?ii 25 men de uchting 26 dergenen, met wie men verkeert 27.
10 skilful.
11 vain show.
12 Science.
13 whatever.
14 to live.
15 elevation.
16 to despise.
17 whatever.
18 to happen to.
VIJFDE HOOFDDEEL.
1 though.
2 be ever ao great.
3 exalted.
4 may be. ^
5 to expose.
6 mortal.
7 though.
8 foolish.
9 however.
19 to murmur.
20 Divine Providence.
21 calumny.
22 ashamed.
23 of.
24 to deserve.
25 to gain.
26 good will.
27 to converse with.
Over de Werkwoorden,
a. Over de getallen der Werkwoorden,
Het werkwoord moet in getal overeenkomen met het voornaam-