Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
a
1G6 ENGELSCHE
6. Wanneer men op de bijvoegelijke naamwoorden allen nadruk
zet, staan zij ook somtijds achter:
Goodness infinite. Oneindige goedheid,
Virtues so distinguished, Zulke uitstekende deugden.
Wisdom unsearchable, Onnaspo or lijke wijsheid.
7. Wanneer 't hulpwerkwoord to be er bij staat:
The man is happy. De man is gelukkig.
The children were obedient and De kinderen waren gehoorzaam en
studious, leerzaam.
Somtijds wordt het bijvoegelijk naamwoord geheel in 't begin der
spreekwijs geplaatst, als wanneer men met zeer veel nadruk spreekt:
y Great is the Lord! Groot is de Hecrl
De bijvoegelijke naamwoorden worden in 't enkelvoud nooit, maar
in 't meervoud dikwerf als zelfstandig gebruikt; zij worden dan ech-
ter steeds voorafgegaan van *t bep. lidw.:
The wise and virtuous. De wijzen en deugdzamen.
The ways of the wicked, De wegen der goddeloozen.
The deeds of ihe just, De daden der regtvaardigen.
Dikwerf hebben zij, in deze gevallen, andere bijvoegelijke naam-
woorden bij zich:
The chief good, Het hoogste goed.
The vast immense of space. De groote nitgebreidheid der ruimte.
In 't enkelvoad echter moet men er een zelfstandig naamwoord
bijvoegen; b. v.:
The grateful man never forgets De dankbare vergeet nimtner ge-
;; received h ene fits, notene weldaden,
^f Een bijvoegelijk naamwoord kan ook betrekking hebben op twee
personen of zaken, die men met elkander vergelijkt; en wel in eene
gelijke en in eene ongelijke maat. In 't eerste geval wordt dit in
't Hollandscb nitgedrukt door de woordjes zoo en als en in 't En^
gelsch door een herhaald as, b. v.:
Me is as great as I, Hij is zoo groot ah ik.
He is as valiant as Alexander, Hij is zoo dapper als Alexander.
In het tweede geval echter verbindt men de vergelijking in 't
Hollandsch door dan , in 't Eugelsch door than:
He is more learned than your Hij is geleerder dan ow broeder.
brother ,