Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
ICI
van Proissenî was tegelijh 12 koning, Jirijgsman 13 en wijs*
geer. Aristoteîes 14 en Plato lloeiden 15 in de eeuw van
Philipims 16 cn Alexander. Wie 17 de boozen 18 spaart 19,
benadeelt 20 de goeden. De ouderdomlW^t^Vi dwingeland
die op doodstraffe 23 de vermaken der jeugd verbiedt 24,
12 at once; at the same 16 Philip. 21 old age.
time, 17 whoever, 22 tyrant.
13 warrior. 18 bad. 23 under pain of death,
14 Aristotle. 19 to spare. 24 to forbid.
15 to flourish. 20 to do harm.
142.
De loftuitingen 1 zîjn eene soort van schattiiig 2 , die men
betaalt aan ware 3 verdiensten. Er is in de goedheid 4 eeiie
soort van magneet 5 die alle menschen tot zich treht 6. Zij ,
die regeren 7, zijn gelijk dc hemelsclie 8 ligcbamen , die veel
glans 9 cn nooit rust 10 hebben. Weinige me?ischen 11 heb-
ben voorzigtigheid genoeg, om kwade gezelschappen te vermij-
den 12. liet menschelijk 13 leven is vol teleurstellingen 14.
Zij, die spreken zonder denken 15, zijn blootgesteld 16 aan
vele fouten. Wij doen dikwerf %dt eigenliefde 17 hetgene wij
denken nit goedhartigheid 18 te doen. X^ageheimhouding
de sleutel 20 der voorzigtigheid, en het heiligdom 21 der wijdheid.
Zorgen en ongelukken 22 vergezelleJi 23 àikw^tiî àegrootheid 24.
9 brightness, 17 from selMove,
10 rest. 18 good nature,
11 few people.
12 to avoid.
13 human.
14 disappointments.
15 reflection.
10 to expose.
1 praise.
2 tribute.
3 true.
4 goodness.
5 a kind of magnet.
0 to attract to.
7 to govern.
8 heavenly.
19 secrecy,
20 key.
21 sanctuary.
22 misfortune.
23 to attend.
24 grandeur; state.'
143.
De engelsche taal heeft overvloed van 1 schriften 2 ge-
rigt 3 tot dc verbeelding en het gevoel 4. De vindingrijke 5
geest O van Shakespeare, dc verhevene 7 gedachten 8 van
1 to abound in,
2 writing.
3 to address.
4 feeling.
5 inventive,
C powers.
7 sublime.
8 conception;
11