Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKK UNST. 151
BESLUITENDE: tlius, dus; Consequently, bij gevolg; therefore,
derhalve; so ihat, zoodat.
Sommige woordjes zijn nu eens voegwoorden, dan weder bijwoor-
den, naar 't gebruik, dat men er van maakt; b. v.: What shall
I do then? Wat zal ik dan doen? in dit gezegde is then voegwoord;
he arrived then, and not before, toen kwam hij, en niet eer; hier
is then een bijwoord.
betrekkelijke voornaamwoorden zijn zoowel verbindend als de voeg-
woorden: hlesssed is the man who fears the Lord, and keeps his
commandments, gezegend is de man, die den Heer vreest, en zijne
geboden onderhoudt.
Sommige voegwoorden worden in't begin van de volzinnen gebruikt:
Since it must he so, let us he content, dewijl 't zoo zijn moet,
Iaat ons tevreden zijn.
Neither wordt, als 'teen voegwoord is, altijd door nor gevolgd,
als: neitueh he, nor she; noch bij, noch zij.
Opstellen over de Voegwoorden.
131.
Dat is de pligt van den koning en den onderdaan 1 , van
de rijken en van de armen. Die man is noch gelukkig, noch
wijs; maar wij weten , dat hij scliatiijh 2 is. Ik ken noch
den een', noch den ander', ik geloof dat zij vreemdelingen 3
zijn ; wees zoo goed er eens naar te vernemen 4. Zij zouden
heden tóur acht dagen hier gekomen zijn, maar zij hadden geen'
iijd 5 ; hunne zahen 6 lieten 7 't niet toe. Ik ben voornemens
te gaan, indien gy of uw broeder met mij gaat; want gij weet
immers zeer wel, dat ik nooit zonder gezelschap op reis ga. Zeg
mij maar niets meer, ik ken uw karakter ea u^iQ eigenzin7iig*
heden 8.
1 subject. 4 to inquire into. 7 to allow.
2 immensely rich. 5 time; leisure. 8 caprices.
3 stranger. 6 affairs.
1N°. 132.
't Gebeurde, ondanks 1 al uwe pogi7igen 2 en de bunnen,
hetgeen ik alles lang van te voren voorspeld bad. Wij zullen
bet doen, dewijl bij 't hebben wü ; evenwel, wij zullen zeer
1 notwithstanding. 2 endeavours.