Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
nss!
2.
ENGELSCHE
A great way off,
I come off,
A little way off.
To take a iking off the table.
To thrust off from the shore,
Het komt ook vaor in de
spreekwijzen:
My clothes are off.
Off with your hat,
He was never off his legs.
To be off and on,
To be off with a thing.
The skin is all off.
To be off with one.
We were off Sicily, etc.
Zeer ver verwijderd.
Ik verwijder mij.
Op een' kleinen afstand.
Iets van de tafel nemen.
Van wal afstooten.
volgende, en meer andere dergelijke
Ik ben ontkleed.
Neem nw' hoed af.
Hij was altijd op de been.
Besluiteloos zijn.
Een' afkeer van iets hebben.'
't Vel is geheel afgeschaafd.
Niet meer metiemandte doen hebben.
"VVij waren op de hoogte van Sici-
lië, enz.
On, upon, op; deze voorzetsels, die dikwerf met elkander verwis-
seld en onverschillig gebezigd worden, duiden verscheidene betrek-
kingen aan.
On, geeft eene plaats te kennen:
We were on {upon) tke way,
On every side.
On {upon) the table,
On {upon) my head.
On the right hand.
On ihe one hand,
I had my hat on.
To be on a journey.
Wij waren op weg.
Naar alle kanten.
Op de tafel.
Op mijn hoofd.
Ter regterhand.
Aan den eenen kant.
Ik bad miju' hoed op.
Op reis zijn.
On is ook het tegenovergestelde van off:
1 had my clothes on, Ik had mijne klecderen aan.
Put your nat on ,
My shoes are on,
Zet nw' hoed op.
Ik heb mijne schoenen aan.
On, achter de werkwoorden, duidt een' voortgang aan:
To walk on.
To go on ,
To play on , etc.
Upon duidt ook een' tijd aan:
Vpon ihe first opportunity,
Vpon that very day,
Vpon his coming,
They came upon another day.
Voortwandelen.
Voortgaan.
Voortspelen, enz.
Bij de eerste gelegenheid;
Op dienzelfden dag.
Bij zijne komst.
Zij kwamen op een' anderen dag.