Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
ENGELSCHE
Lijst der voornaamste Voorzeisels,

at. aan, tot. after. daarna, achter.
beyond. aan gene zijde. by. door.
to. aan. through, door.
behind. achter. in, into. in.
lelow, beneath , I beneden. within. in, binnen.
near. bij. with, met.
above. boven. down. neer, neder.
about. over, om, omtrent. between, tusschen.
among. onder {parmi). without. uit, buiten.
under. onder {sous). from. van.
on, upon. op. of. van.
up. op. of. van, af, op de hoogte van (zeeterm).
over. over. before. voor.
against. tegen. for. voor."
De werkwoorden zijn dikwerf zamengesteld uit een werkwoord en
een voorzetsel, als: to uphold, ophouden; io invest, insluiten; io
overlook, overzien. Deze zamenstelling geeft menigmaal een' ge-
heel nieuwen zin aan 't werkwoord; als: io understand, verstaan,
■begrijpen; io^ withdraw, terugtrekken, terughalen; io forgive, ver-
geven ; deze werkwoorden hebben geheel andere beteekenissen dan
io stand, staan; to draw, trekken; io give, geven.
Maar de voorzetsels worden, in 't Engelsch, meest achter do
werkwoorden geplaatst, en zijn er van afgescheiden; dus gebruikt,
geven zij niet minder geheel nieuwe beteekenissen aan de werkwoor-
den; b. v,: I set a thing, ik zet, ik plaats een ding; I set aloui
ihat, ik maak mij gereed, om dat te doen. To twine, draaijen;
maar io twine up is opligten. I wait, ik wacht; maar I wait upon
ihat gentleman is: ik dien bij dien beer. To cast, werpen; maar
io cast up is: opmaken (eene rekening), enz.
Het grootste gebruik der voorzetsels is, om die betrekkingen
tnsscben de woorden aan te duiden, welke in sommige telen , zoo
als in 'tLatijn, door de naamvallen en door de verschillende uit-
gangen der zelfstandige naamwoorden te kennen gegeven worden;
zoo als: ly the father, door den vader; of, from the sister, van
de zuster; io the brother, aan den broeder; with my aunt, mot
mijne tante; at my uncle's, bij mijn' oom, enz.
De voorzetsels scbijncn, in hunne oorspronkelijke en letterlijke bc*