Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 129
braaf van dien man gedaan; men zal Iiem voortaan beminnen
en boogacbten. Zij hebben ons veel schade 7 toeqehragt 8;
dat weten zij zoowel als wij. Dat is maar voor de aardig-
heid 9 gedaan; neem bet niet hwalijk 10. Gij schertst 11 ,
geloof ik. Neen, ik scherts niet.
7 injury. 9 for fan. 11 to jest; to joke.
8 to do to. 10 amiss.
119.
Dat was zeer dwaselijk gedaan; wat was er de oorzaak van?
Niemand weet het, 't is een geheim 1, Ontving bij a niet
zeer koel ? Vraag mij niets, want ik maj u niet antwoorden.
Wij zijn gelukkig 't gevaar onthomeii 2 ; wij zullen in 't ver-
volg behoedzamer 3 zijn. Oaze voorouders 4 hebben wijsselijk
daarvoor gezorgd 5, laat ons hen navolgen G zoo veel als
mogelijk is. llij twist 7 gedurig met mij; hij wordt onver^
dragelijk 8. Verban 9 hem dan uit 10 uw gezelschap, om
een einde aan die zaak te maken. Ik zal nw' raad volgen«
Ik woon liever 11 op 't land dan in de stad; maar met u is
't geheel anders. Gij zult bet niet moeijelijk vinden, indien
gij 't op deze wijze doet.
1 secret. 5 provided for that. 9 to banish.
2 to escape. 6 to follow. 10 from.
3 more circumspect. 7 to quarrel. 11 I prefer living;
4 ancestors. 8 insupportable.
ACHTSTE HOOFDDEEL;
Over de Voorsetsels.
Voorzetsels {prepositions) zijn woorden, welke de betrekking aan-
duiden, die twee naamwoorden of een naamwoord en een werkwoord
op elkander hebben; b. v.: the throne of England, de troon van
Engeland; I will go with you, ik zal met n gaan; he went from
Amsterdam to Brussels, hij ging van Amsterdam naar Brussel; hier
zijn de woorden o/(van), with (met), from (van) en io (naar) voor-
zetsels. Zij staan gewoonlijk vóór de zelfstandige naamwoorden en
voornaamwoorden.
9