Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 115
voorouders 11 , en vervulde 12 al deze wenschen. Klets kan
u aangenamer zijn, dunkt mij. Gij hebt mijn geduld uitgc'
put 13; 't is lijd, dat ik u noodzake, uw' pligt Ie doen,
Waar is die kleine jongen? Hij heeft zich verborgen 14; wij
zullen hem overal zoeken , tot dat wij hem gevonden hebben.
Gij zult zeer wèl doen. Hebben zij hem geld geleend 15? Ja;
maar bij beeft bet mij niet terug gegeven. Ddt spijt mij.
11 aacestors. 13 to wear out. 15 to lead.
12 to fulfil. 14 to hide one'a self.
109.
Hij hield 1 die zaak voor waar 2, maar wij twijfelden er
aan 3. Zij verkochten 4 hunne goederen , omdat zij gebrek
aan geld hadden 5. Zij wierpen bet juk «ƒ C, maar gij
bleeft in slavernij. Hij is vermoord 7 door die wreedaards;
maar zij zullen er berouw over hebben 8. De wagen 9 was
geladen 10; zij zouden kort daarop vertrokken zijn, indien dat
niet gebeurd ware. Ilij liep 11 heen en weer 12, cn had
niets te doen; ik ben daarom blijde, dat gij bem eenige bezig-
heden gegeven hebt. Wij verloren 13 hen uit het gezigt
en wisten niet waar zij gebleven waren. Wij hebben tviee
leerlingen 14* in dienst genomen 15, die morgen bij ons zul-
len komen. Heeft bet dezen nacht ook gevroren 16 ? Dat
geloof ik niet, maar 't heeft gisteren gevroren.
1 to consider. 7 to slay. 13 to lose.
2 to bo true. 8 to repcnt of. 14 sight of them.
3 of it. 9 chariot. 14* apprentice.
4 to sell. 10 to load, 15 to bind.
5 to be in want of. 11 to run, 10 to freeze.
6 to Ihrow off, 12 hither and tbither.
ZEVENDE noOFDDEEL.
Over de Bijwoorden ',
Een bijwoord is een woord, dat bij een werkwoord, een bijvoe-
gelijk naamwoord of bij een ander bijwoord gevoegd wordt, om eene
hoedanigheid of omstandigheid aan te duiden ; als: he reads well ,
hij leest loel; a tuulï goodman, een weaenlijk gOG^ mau; hewrites
veky correcihj, hij schrijft zeer juist.
8*