Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
122. ENGELSCHE
reden , en gij weet, dat dit zeer onaangenaam is. Deze jonge
lieden liebben tivist 12 gezaaid 13, zij bebben zich slecht
gedragen 14. Ik wist er niets van ; zij verdienen dus gestraft
Ie worden. "Wij zochten 15 de waarlieid, daarom handelden
wij oj) deie wijze; beeft mijn vriend u dat alles niet verbaald?
12 dissension, 14 to bebave ill. 15 to seek,
13 to sow.
107.
De knccltl beeft de ge siej}en\ en Hie ^Vaicu gespoeld
maar wal beeft de meid gedaan? Dat zal zij zelve best weten.
Wat heb ik gehoord 3 ? Welk een geraas 4 beeft men ge-
maakt ? Gij bebt dezen morgen te lang geslapen 5 ; waarom
zijt gij niet vroeger opgestaan? Ik ging gisteren avond 6 te
laat naar bed. Waar is uw neef? Ik beb hem t* buis gela-
ten 7, want Ilij bevond zich niet al te wel. Dat spijt mij 8;
ik bemin hem, wanl hij heeft altijd een goed leven geleid 9.
Hebt gij hem verleden week ontmoet 10? Ja, beeft liij u dat
verteld? Gewis; zoo ols gij kunt begrijpen. Zij hebben die
zaak bespoedigd 11, en zij bebben zeer wel gedaan ; nu zijn
vij hegeerig 12 om er den uitslag 13 van te welen.
1 to grind, 6 last night. 10 to meet with.
2 to rinse. 7 to leave. 11 to speed.
3 to hear. 8 1 am sorry for it. 12 desirous,
4 noise. 9 to lead. 13 issue.
5 to sleep.
108.
Hij beeft dal uit mijne handen gewrongen 1 , en was zeer
hoo^ 2. Hebt gij daarover gexoeeiid 3? Ja, wanl bij mishan'
delt 4 mij gedurig. Heeft bij dal gerucht 5 verspreid 6? Ik
kan U u niet zeggen. Heeft h\] dan uw' ondergang 7 ge-
zworen 8? Sommigen zeggen bel; ik weet waarlijk niet, wat
ik er van denken zal. Hij druhte 9 de voetstappen 10 zijner
1 to wring. 5 news. 8 to swear.
2 angry. 6 to spread. 9 to tread in,
3 to weep. 7 ruin. 10 foütslep.
4 to ill-treat.