Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST, 105
Onbep; wijs; Onvolm. verl. tijd. Verl, deelw.
Win, winnen, won, won, won, gewonnen.
JFind, winden, wound, wond, wound, gewonden.
Ifork, werken, wrong JU, werkte, r, wrought, gewerkt, r.
Wring, wringen, wrimg, wrong, wrung, gewrongen.
Wriie, schrijven, wrote, schreef, wriiien , geschreven.
Aanmerkingen op de Onregelmatige Werkwoorden,
Uit deze lijst blijkt, dat er drie soorten van onregelmatige werk-
woorden zijn.
Tot de eerste soort behooren die, welke volstrekt niet veranderen
in den onvolmaakt verleden' tijd of in H verleden deelwoord; als:
io put, leggen, I put, ik legde, put, gelegd.
to cast, werpen, I cast, ik wierp, cast, geworpen,
io hurt, bezeeren, ï hurt, ik bezeerde, hurt, bezeerd.
Tot de tweede soort behooren die, welke in den onvolmaakt ver-
leden' tijd en 't verleden deelwoord éénerlei zijn, als:
io fight, vechten, I fought, ik vocht, fouglit, gevochten.
io keep, houden, I kept, ik hield, kept, gehouden.
Tot de derde soort behooren die, welke in den onvolmaakt ver-
leden' tijd en 't verleden deelwoord verschillen, als:
to Ilow, blazen, I hlew, ik blies, hlown, geblazen.
to hide, verbergen , I hid, ik verborg , hidden, verborgen.
Hoewel deze werkwoorden onregelmatig genoemd worden, volgen
toch vele zekere regels, als:
1°. Enkele op d blijven onveranderd, als: io shed, storten; I
zhed, ik stortte ; shed, gestort.
2°. Even zoo enkele, die op i uitgaan; als: to cast, werpen;
i cast, ik wierp; cast, geworpen.
3°. Die, welke op eed uitgaan , hebben in den onvolmaakt ver-
leden' tijd en in 't verleden deelwoord ed, als: io speed, spoeden;
I sped, ik spoedde; sped, gespoed.
4°. Die op end, veranderen de ä? in t, als: io spend, doorbren-
gen; I spent, ik bragt door; spent , doorgebragt: — zoo ook io
hend, buigen ; to send, zenden, enz.
5°. Die in ite en ide hebben it en id in den onvolmaakt verle-
den* tijd, en itten, idden in het deelwoord: io hiie, bijten; I hit,
ik beet; I have hitten, ik heb gebeten; — io hide, verbergen ; I