Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. lor
Onbep. wijs. Onvolm, verl, tijd. Verl. deelw.
Cling, zich hechten, clung , hechtte mij, clmg, gehecht.
Clothe, kleeden, clothed, kleedde. clad, gekleed, r.
Come *), komen. came, kwam, come, gekomen.
Cost, kosten, cost, kostte. cost, gekost.
Creep, kruipen , crept, kroop. crept , gekropen.
Crow, kraaijen, crew, kraaide, r. crowed, gekraaid.
Cut, snijden, cut, sneed, cut, gesneden.
Hare f), (lurven, durst, durfde. dared, gedurfd.
Deal, handelen, dealt, handelde, r. dealt, gehandeld, r.
Dig, graven, dug , groef, r. duq, gegraven , r.
J)o, doen, did, deed, .done, gedaan.
Draw, trekken. drew, trok. drawn, getrokken.
Drinh, drinken, drank, dronk. drunk, gedronken.
Drive, jagen , drove, joeg. driven, gejaagd.
Dweil, wonen. dwelt, woonde, r. dwelt, gewoond.
Bat, eten. eat , ate , at. eaten, gegeten.
Fall, vallen , fell, viel. fallen, gevallen.
Feed, voeden, fed, voedde. fed, gevoed.
Feel, voelen. felt, voelde. felt, gevoeld.
Fight, vechten , fought, vocht. fought, gevochten.'
Find, vinden, found, vond. found, gevonden.
Flee, vlogten. fled, vlugtte. fled, gevlugt.
Fling, werpen. fiimg, wierp, flung, geworpen.
Fly, vliegen. flew, vloog. flown, gevlogen.
Forget, vergeten, forgot, vergat. forgotten, vergeten.'
Forsaïce, verlaten, forsook, verliet. forsaken, verlaten.
Freeze, vriezen , froze, vroor. frozen, gevroren.
Get, krijgen. got, kreeg. got, gekregen.
Gild, vergulden. gilt, vergulde, r. gilt, verguld , r.
Gird, omgorden, girt, omgordde, r. girt, omgord, r.
Give, geven. gave, gaf. given, gegeven.
Go, gaan. went, ging , gone, gegaan.
Grave, graveren, graved, graveerde. graven , gegraveerd, r.
*) Zoo ook, hecome, became, become, als ook alle zamenstellin-
gen van eome.
f) Daréj in de beteekenis van uitdagen, is regelmatig.