Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCllttIJVING DER NEDERLANDEN.
naald op een eenvoudig voetstuk geplaatst, met een toepasselijk op-
schrift voorzien.
Tot de provincie Groningen behoort het eilandje Rottum, dat slechts
door een enkel huisgezin bewoond wordt, hetwelk voornamelijk zijn be-
staan vindt in het rapen van duizende eieren, het vangen van eene
menigte konijnen, en het koken van traan van zeehonden, waarvan er
jaarlijks een vijftigtal worden gevangen.
Verder zijn de voornaamste dorpen Hoogezand, met 7.538, Sappemeer,
4.288, Veendam, 9.525, Wildervank, 7.839, de veenderij Stads-Kanaal,
Oude- en Nieuwe Pekel-A resp. met 4.700, en 5.230, Noordbroek.
2.304, Zuidbroek, 2.458; Slocbteren 8.105; Grootegast, 4.300; Leek,
4.785; Onstwedde, ü.474 en Scheemda, 4.294 inwoners,
FRIESLAND.
Deze provincie, ruim 60 □ geogr. mijlen groot, met 307.390 inw.
is een laag land, dat aan de Noord- en Westzijde tegen de woede der
zee beschut wordt door eene rei eilanden met hooge duinen en wijders
door zware zeedijken tegen overstrooming beveiligd wordt. De grond
is over het algemeen vruchtbaar, eu bestaat in het Noorden en
Westen voornamelijk uit bouwlanden, in het midden uit voortreffelijk
weiland, terwijl men in het zuidelijk en oostelijk deel meer veen-en zand-
grond vindt.
Oude benamingen zijn: Oostergoo Westergoo en Zevenwolden.
Een groot aantal meeren, kanalen, vaarten en riviertjes doorkruisen
deze provincie in alle richtingen; en daar de bodem gemiddeld lager ligt
dan de zee bij vloed, en de hooge streken des lands met de laagste meer
dan zes ellen in hoogte verschillen, vereischt het eene aanhoudende zorg,
om de hoogere gedeelten bevaarbaar te houden, en te gelijkertijd de lage
niet te doen overstroomen; men vindt hier dan ook meesterstukken van
waterbouwkunde, waaronder vooral genoemd mogen worden dc zoogenoemde
Dokkummer Nieuwe Zijlen 1) ter eere van welker aanleg in 1729 eene
gedenknaald werd opgericht.
De voornaamste van de meren (ruim dertig in aanlal) zijn het Tjeuker-
1) Sluizen noemt men in Friesland, Groningen eu ook in Oost-Fries-
land (tot de Pruiss. prov. Hannover behoorende,) Zijlen.
29