Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCllttIJVING DER NEDERLANDEN.
Groningen) wordt klei en leem gebezigd; bouwsteen (bij Maastricht),
schelpen langs de Zuiderzee, (kalkbranderijen in Friesland en Groningen,
bij Zwartsluis, Kampen en Weesp).
Aan handel en scheepvaart heeft Nederland voornamelijk zijne groot-
heid van vroeger en zijne rijkdommen van heden te danken. Zijn zij
niet meer wat zij eenmaal waren, nog altijd levert de statistiek van beide
takken van beslaan cijfers op, welke duidelijk aantoonen, dat de uit-, in-
en doorvoer weder zeer toenemende zijn. In 't vijfjarig tijdvak toch
van 1860—70 werd de algemeene invoer vermeerderd met 24, de
uitvoer met 18 en de doorvoer met 9 terwijl de laatste vooral
toenemende is, ten gevolge van de meer gemakkelijke verbinding
met 't buitenland, getuige de 35% i" IS'^l i^eer dan in het voorgaande
jaar. In 1870 was het bedrag van den algemeenen invoer f 654.735,466,
van den algem. uitvoer /■559.366,689 en van den rfooruoer1 39.993,308.
De voornaamste plaatsen, waar in 1870 de meeste schepen in- en uitge-
klaard werden, zijn: Delfzijl, Groningen. Harlingen, Helder, Zaandam, Am-
sterdam, Rotterdam, Dordrecht en Vlaardingen. Ook de riviervaart heeft
een belangrijken omvang, want in 1870 werden ingeklaard 22493 gela-
den en 2989 ongeladen schepen, benevens 72 houtvlotten, en uitgc'
Idaard 15049 geladen en 5736 ledige vaartuigen.
De Handelsvloot bestond op 31 Dec. 1873 (de binnenvaart niet mede-
gerekend) uit 1731 zeilschepen, 438031 en 73 stoomschepen, 57254
lasten metende.
Tengevolge van 't gebrek aan steenkolen en ijzer kan Nederland geen
eigenlijk Industrieland zijn, en toch zijn er onderscheidene streken welke
door fabrieken en trafieken bloeien.
ÜG scheepsbouw, mQl de daarmede verwante houtzaagmolens, touwslagerijen,
zeildoekweverijen, ankersmederijen, blok- en mastemakerijen, vindt men
vooral langs de Nieuwe Maas, de Noord en de Merwede, in de Zaanstreek
en Groninger veenkoloniën (Veendam enz.) en vooral in en bij Amsterdam.
Bierbrouwerijen te Amsterdam, in N.-brabant en Limburg; Jeneversfo^
kerijen en branderijen, vooral in Schiedam ; Olieslagerijen, in de Zaanstreek,
Groningen en Friesland, waar men veel koolzaad verbouwt; Stoel- en
lloepelmakerijen, in de streken waar veel biezen en wilgen groeien, b. v.
Werkendam, Raamsdonk, Vreeland, Jutfaas; Mattenmakerijen ie Generom-
den. Blokzijl, Vianen, Krimpen op den Ussel en Tiel; Klompenmakerijen in den
Achterhoek van Gelderland en de Meierij van den Rosch. Papierfabrieken
treft men vooral aan op deVeluween langs de Zaan: Behangselpapier bij
Maastricht,Meerssen en Roermond. Goud- en Zilversmederijen te Schoonhoven
en Voorschoten; faftafts- en Sigarenfabrieken door bijna hel geheele land,
9