Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCHRIJVING DER NEDERLANDEN.
die dezelfde vereischlen moeien bezitlen als voor 't kiezen van Leden der
Tweede Kamer. Om de 3 jaren treedt de helft der Prov. Staten af. Hunne
vergaderingen worden gepresideerd door den Commissaris des Konings.
De Gemeenten worden vertegenwoordigd door de Gemeenteraden, waar-
van de Burgemeester voorzitter is.
Voor handhaving der wellen zorgt de Rechterlijke Macht. Het opperste
gerechtshof is de Uooge Raad, zitting houdende te 's-Gravenhage. Verder
heeft elke provincie een Gerechtshof^ elk arrondissement zijne Rechtbank
en Kantongerechten.
Over het krijgsvolk wordt recht gesproken door Krijgsraden. Geen
vonnis mag echter ten uitvoer worden gelegd, vóór dat het is goedge-
keurd door het Hoog Militair Gerechtshof, dat te Utrecht zetelt.
Volgens de Staatsbegrooting voor 1874 was het totaal der uitgaven
/• 100.243.980, waarvan voor Oorlog /• 17.197.267; Marine /• 10.951.596;
Rente voor Openbare Schuld f 27.100.869. (De schuld zelve bedroeg
f 937.020.076);
dat der ontvangsten: /* 93.742.143, waarvan aan Directe Belastingen:
f 22.233.130, Accijnsen f 29.550.000. De .spiritualia alleen brachten
/■ 15.800.000 op.
De sterkte van ons leger in Europa bedroeg, in 1874, 62071 officierenen
manschappen; als:
Infanterie 1122 oflic. en 43695 onderoffic. en mansch.; Kavaleriel84
offic. en 4318 onderofQc. en mansch.; Genie 26 oflic. en 995 onderoflic.
en mansch.; Artillerie 421 o£Qc, en 10610 onderoflic. en mansch.; en
Maréchaussee 10 oflic. en 362 onderolfic. en mansch.
De oorlogsvloot bestond uit 84 stoomschepen met 565 st., en 16
zeilschepen met 108 sl., met eene bemanning, op 1 Juli 1874, van
450 oflic, en 5022 onderoflic. en mansch., benevens 600 zeemilitiens; ter-
wijl hel korps Mariniers 51 oflic, en 2119 onderoflic. en manschappen lelde.
GODSDIENST. ONDERWIJS EiN ARMVEIïZOHGlNG.
Volgens Arl. 164 en 165 der Grondwet, belijdt elk Nederlander zijn
geloof met volkomen vrijheid; aan alle kerkgenootschappen in het Hijk
wordl gelijke bescherming verleend.
6