Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
gedeelten is dan ook niet het minst belangrykste zoowel wat
der taal als de naivitijt betreft; het tweede is minder eenvou-
diger, meer kunstmaatiger en 'toond, dat den schrijver een
man van smaak moest geweest hebben.
23.
Niet na tijtorden, zeide wij kieze wij Reinaert de Vos het
eerst tot onze beschouwing; maar bijzonder omdeinhouten
strekking van het gedigt in het verbant met het geen wy bij
de aanvang van dit Tijdperk zeiden. Dit gedigt dan verdiend
byzonder onze aandagt, doordat zynen inhout zo zeer de blei-
ken draagd van de vryheitszugt des volks, en het ontwikkelt
gevoel van recht en onrecht in de betrekking tot de hogere
stände. Een gedicht als de R.einaart konden alleen uit de
boezem des volks ontspruiten en den volko behaagen, en daar
zyn aanzijn krygen, waar de grensen tusschen de verschil-
lende stände der maatschappij weiniger scherp getrokken waa-
ren. Het is een gedigt voor de burgerstant tegenover de Rid-
der romannen uit die tijd. Deze karakter openbaarden zich
niet alleen in het werk zeiven; maar ook in de vertaaling
dien aan hetzelve te beurt viel; want dewyl de riddergedig-
ten die het Vlaamsch toen en laater bezate op het Hoogduitsch
werden overzet, wiert er van deReinaarteenenederduitsche
vertaaling voor de veeleburgers derhanzeesteeden verfaardigt.
De taal, waarin het geschreeven was, was dan ook de taal
des volks, en draagd de bleiken van een even snelle vooruit-
gang , als dien zich in het volk zeiven , in de opkomst der
, steden en de bloei der volksvryheid zien liet.
24.
Laaten wij nu oovergaan tot een korte beschouwing van het
gedigt zelve. Nobel, den leeuw, den koning des dierrijks
houd een rijksdag om zyn troon ver.samelen zich alle de die-
ren uitgenoome Reinaart, de Vos, dien uit hoofde van zijne
veelvuldige misdaden vreest voor s'konings rechterstoel te
compareren. Een tal van klachten worde teegen hem inge-
bracht van Isengrijn, de Wolf, Gourtois, de Hond, Paneer,
de Bever, Cuwaert, de Haes, en de haanen Gantecleer, Can-
taert en Graiant. De Koning Nobel zond hierop Bruin de