Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
den Grooten de volks sangen en liederen liet versameien ; en
of er dan niets in ons eigen dialekt is overgeschooten. Wij
gaan tragten de oorzaaken van die schaarsheit op te spooren.
Waarschijnelijk is het, dat er vroeger bij de volken , die
in deze streeke woonde, even als bij andere stamme volkzan-
gen aanwezig waaren. Haar avontuurlijke leefwijze leiden
hen ongetwijfelt tot het bezingen van daaden en persoenen ,
welke zich daarbij onderscheiden ; derzelver godsdienst draag-
de de kenmerke van de— dichterlijke— geest des volks; en
zal zich zeeker ook in hun zangen met de lof der helde en
herrinnering harer grootse daade gepaart hebben. Toen egter
de eerste zaade van het kristendom zich hier verspreiden ,
dulde de ijver harer Predekers niets dat met haar in strijt
was, en met de geweide bosschen, met de altaaren van Wo-
dan , moeste ook de volkzangen die de geest der heidense
godsdiens aademde, vallen.
16.
Daar de versaamling, dien Karei den Grooten liet versame-
ien van de verspreidde volkssangen , zich verlooren heeft,
ken men niet seggen van welke aart die stukke waare, maar
het is wel vooronder te stellen dat zich daar ook verschijde-
ne kostbaare gedenkstukken onder befonden zijn. In deze
tijd moeten daar immers, na hetgeen de overleevering zegd,
verscheidene vriesche digters hebben geweest en als men be-
denk dat noortnederland toe geheel door Vriezen was beslagen
dan kent men de naam van fries wel eensluident reekenen met
die van neederlants. — Het is ons onbekent, waar die verza-
meling van Karei de Groote niet gebleven is. Maar als men
nagaat dat zijn— zoon Lodewijk de— Vrome—, hoewel even
als zijn— vader een ijverig bevorderder van wetenschap en
kennis, tog te zeer met de bevordering des kristendoms was
ingenomen, om iets dat hijdens was te kunnen dulden te
blijven, is het niet onmooglijk dat reeds onder zyn regeering
die stukke verdweenen hebben. En zo dit al niet het geval
was geweest, tog dan is het zeeker dat ^.ij verdwijnt zijn tij-
dens de herhaaldene strooptochten der noordmannen, dewelke
lange jaren deze streeke verontrusten, en hier alles met het
vuur en het zwaart verwoesten.