Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
wij uit het eerste tijdvak in het eigelijke Nederlands bezitten,
wat de letterkunde betreft, niet veel particuliers opleverd, nog
voor haar zelfs, nog voor de taal. Wij kannen desalniete-
min niet tot een volgent tijdperk overgaan voor wij een
vluchtig overzicht genoomen hebben van hetgeen men te
recht of met onrecht tot onze literatuur wil gereekent heb-
ben te moeten worden. — Wij vinden dan in d— eerste—
plaats een gedigt betijteld: het lied van Hildebrand en Hade-
brand , dat van de agste eeuw dateerd, en zo ietwat de
Neerduitse dog meest de frankische dialekt ademt. De vrag-
menten, welke wij van dat digtstuk bezitten, zijn dus in
een taal vervaardigt, die— met het Neederlants zo wijnig
overeenstemd , dat wij ons er proefen van te mededelen ond-
houden. Onderdewijl verdiend als kunstgevrogt na zyn tijd
te oordelen dit stuk alle opmerking. Als zodanig willen wij
een— idee van derzelver inhout opgeeven. Hildebrand naar
eene lankduurige afweezendheit komt na zijn vaderlant te-
rug. Zijn— zoon ontmoed hem , wie hij erkend, maar door
wie hij mistrouwd word. Hierop volgde een gevegt waarin
de— zoon zyn— vader aan deszelfs leeuwekracht herkend.
Zij gaan beiden na het kasteel, waar Hildebrand zijn egtge-
noot weervind.
15.
Een ander stuk, de/-ied'!;//", dat eveneens mede tot de agtste
eeuw behoorende , was in de angelsaxische dialekt vervaardigt.
Den helt van het stuk behaald een overwinning op een reus-
achtigen reus, en onderscheid zich door noch een menigte
andere heldendaaden. Dit gedigt, van hetwelk ettelijke stroo-
phen zich hebben verlooren, kenmerkt zich door een— by-
zondere gloet en leventheit en verdienden bekender te zijn.
Wat der taal van dit produkt betreft; ofschoon zij in een
meer na onze taal naaderende of liever gezegt daarmede ver-
wantte dialekt als dat der in het voorige opstel door ons me-
de gedeelde is vervat, zoo is zij tog nog niet genoeg ver-
staanbaar voor de leerling om er iets van mededeelen.
Men zal veellicht vraagen wat de oorzaak zijn moge, dat
er zoo wijnig van dit eerste tydvak onzer letterkunde voor-
bande is, daar tog uit de geschiedenis bekent is dat Karei