Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
forceerd hadde, trokken zij allengsch zich meer noordelijker
weder terug en haar — dialekl bleef slegts in een— kleine—
hoek van ons land voortleeven. Het Vlaamsche ofhetsaxie-
sche dialekt liever, die toen voornaamentlyk teegenoover het
Fries stondt kreeg een aanmerkelijken wijziging door de in-
werking van het Frankisch. Ook het Fries liet daar—spo-
ren in het Nederlands naar, en schonk hem vooral die saam-
gestelde lange klanken, welke wij tweklanken en drieklanken
noemen. Zoo ontstont het eigentlijke Nederlantsch, dat ze-
derd in Vlaandren, Brabant en Holland in haar eigen kracht en
oorsprongelijkheid voortleeven bleef, tot één— welgevorm-
de— schrijftaal wiert, en zich meer en meer zelf volmaakten.
13.
De volgende omstandigheeden waren der onvervalstheit van
onze taal nadat hij eenmaal een— zelfstandige— vorm hat
aangenoomen, zèer gunstig. Vooreerst de ligging des lands
aan see was van die— kant een— slachtboom teegen het in-
dringen van vreemde bestantdelen. Er bestont wel een—
nauwe— gemeenschap tusschen Neederlant «n Engelant;
maar Engelantsch toenmaalige taal, het Angel-saxisch hat
veel meerder overeenkomst met onze— taal, als men bij een
oppervlakkige vergelijking van het Nederlandsch bij het laa-
ter engelsch vermoed, dog dat bij naader te toetsen en te
schiften van het ingekruipte Fransch noch duidelijk is op te
merke, niet alleen in de— form der woorden, maar ook in
hare verbinding. Zelf wil men dat voor de preediking van
het kristendom bij voorkeuze angelsaxische zendelingen kwa-
men , om dat zij der taaie machtig waren, en dat Frankische
Preedikers zeiven eerst in engeland de— taal leerdden, in
dewelke zij onze heidense voorouders het evangelie verkon-
digdden. Ten anderen hat naar de frankiesche overheersching
_door het leenstelsel ons Land een geregelt bestuur gekreegen,
en bestuurdden vorsten uit de Nederlandsche adel hetzelve,
door hetwelk het geduurig verhuisen en het elkander ver-
dringen van de diverse volksstammen een einden nam.
14.
Wij hebben ons tot hier toe principaallijk tot de geschiede-
nis des taais bepaalt. De rede van de zelve is, dat hetgeen