Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
SI
Tie halfwilde voórzaeten, want deéze, getuygt /Elianus,
hielden het vóór eene schand zich van de letteren te be-
dienen."
11.
Vervolg.
»Er zyn dus en er kunnen dus van hunne tyden geene
overblyfsels vóór handen zyn, welke ons van de waere ge-
steltenis onzes Vaderlands, ten opzigte der tael, zouden kun-
nen laeten oordeelen. By mangel van zulke bewysstukken
zyn wy verpligt onze denkbeelden , des aengaende, uyt die
■welke oudere en laetere Schrijvers er over gehad hebben,
af te leyden ; hunne gissingen met eikanderen en met de on-
ze te vergelijken en een besluyt te maeken, waerop wij mo-
gen blijven berusten, zonder tegen de waerschynlykheyd te
zondigen. Nu, waerschynlyk is het voóreerstniet dat Adam
en Eva, reeds in het Paradys, Vlaemsch spraken, alhoewel
ons dit dóór eenige geleerde letterzifters en woórdenpynigers
plegtig verzekerd word: men leéze, onder andere, de wer-
ken van jan van Gorp (die zich Geropius Becantjs noemde,
om dat het bij de geleerden van zynen tyd te gemeen schéén
eenen naem te draegen uyt de Paradys-tael). Adam beteeken-
de by hen hael dam of Aerdman, Eva was Eeuwvat.....;
Caïn was zoo veél als kwaêzin of Ga-in , dóór Nimrod moest
men neem brood verstaen , enz."
12.
Nog andere kuurjeuze dingen deeld ons Willems mee van
die zugt om alles te brengen tot de ooveroutheit. Zoo ver-
haald hy ons dat den genoemden Becanus zig zodaanig afpei-
nigden in het verduitsen van alle oosterschen woorden en
naamen , dat hy er de spotlust zyns ygen dienstmaagts door op-
wekten. Becanus dien een lange kromme neus bat kreeg van
haar den naam van bek aan neus.
Onder degene, welke alles tot de hoogste outheit wilde te-
rug brenge bekleede de gescbietschrijver Markus Van Vaer-
newyck een eerste plaats, daar hy zyn historie van Belgie
van af de val der Engelen, doed beginnen.
Na dat Karei d— Groot— de Friesen ondergeworpen en
hun tot het aanneemen van de— kristelyke— godsdienst ge-