Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
gemeene— naam van Duissers lang voor onze jaartelling over
Midde- en West-europa versprijden, kwaamen degene die langs
de Rijn en Donau zig needergeslagen hadden, de eerste met
d— toenmaalige— Wereltbeheerscheren, de Romijnen, in aan-
raaking. Zij kreegen van deze de naam van germancn, een
vervorming van de kreigsugtige naam van Wdrmannen of
Oorlogsmannen, die zij zich zelfs gaven.
Men weete dat war noch het engels— woort voor oorlog
is, dewijl het bij ons ook noch in zeker— zin eene zweem
van deze betekenis heeft bewaart. Men denkt aan ons in den
war zijn en aan harrewarre.
Om op ons apropo weeder terug te komen, deze volks-
stammen dus, tot dewelke ook onze voorouders de batafen.
Vriezen, Taxandriërs , enz. behoorde , stonden op een— zeer
laage trap van beschaving. Hare bezittingen bepaalden zig
alleenlijk tot datgene , hetwelk tot de eerste levensbehoeftens
konden gereekent worden: een kleine hutjen tot woonsteede,
geen vooraat van kleden, maar slegts alleen een enkelen die-
renhuit of lijnwaate doek eenig vee en wapentuig, zie hier
hun gehele rijkdom. Waarscheinelijk ware haar taal dan
ook maar slegts toerijkent om de vereischtens van de gerin-
ge behoeftens deezer natiën te voldoen. Weetenschappelyke
beschaving kende zij voor hare onderwerping aan den Romij-
nen niet. Alleen scheint dat hunne Barden , Scalden of dig-
ters de schrijfkunde niet geheel onbekent moet geweest zijn.
7.
Deze volksstammen dan kreegen hare eerste beschaaving
naar dat dezelve door de— Romijnen onderworpen waaren
geworden. Hoewel die wereltbeheerseren hun—overwonne-
lingen vrei zwaar haar juk deeden torsen, zoo schijne het
egter nochtans dat dezelven met de Bataafschen eenigsints
uitsondering gemaakt te hebben. Wij weeten uit de vader-
landse geschiedenis, dat de Romijnen hier schoole aanleg-
den, in dewelke de bataafsche jeugt de taal en de zeede
van hare meesteren onderweese werdt. Dit onderricht zal
zeker ongetweifelt een— zeker— invloet hebben uitgeoefent
op de taal der hier woonende volken zeiven; dezelve zal
eventwel eerst een— meer vaster— vorm gekreege hebben,