Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
de litteratuur is het spiegel van de volksbeschaaving; en
daar de Vlaamsche spreuk zegt; »de tael is gansch het volk,"
zou men moogen besluiten , dat en taal en literatuur in de—
loop hunner ontwikkeling bant aan hant gaan. Dit is egter
slegts betrekkelijk waar; vooral wat de— laast genoemde—
spreuk betreft. Het zouden ons nogtans te ver van onson-
derwer]) aflijden, om onse gedagten dieaangaande naader te
ontvouden. Wij zullen daarom maar onmiddelijk overgaan ons
onderhaavig onderwerp voor haar—behandeling zodoelmatig
moogel'yk te splissen. Wij verdelen daartoe de geschiedenis
onzer taal en hare letterkunde in: een oude, middel— en
nieuwe geschiedenis.
Tot de oude geschiedenis brengen wij hetgeen dat zij in
hun eerste ontluiken hebben opgelevert. Dit tijdperk bevat
de— aangroeij der taal tot hare zelfstandigheit, en de geboor-
te onzer letterkunde.
De middel-geschiedenis onzes taal en literatuur behelsd bij-
zonder de eerste vrugten der taal in een literaarisch oogpunt.
De nieuwe geschiedenis ijndelyk doet hen, en taal enlet-
terkunden in toenemende bloei, in een staat van stilstand,
daarnaar helaas van agteruitgang en verval zien, maar te
laatste ook toont zy ons haar— herleeving en nieuwe krag-
tige vooruitstreeving.
Het laatsten tydperk , of die— der nieuwere geschiedenis
splissen wy daartoe naader in drie afdelingen. Wij kunnen
dus onse verdeling'van de geschiedenis des Nederlandschen
taais en der Nederlandsche Letterkunde in 't kort dus opgeven :
le Tijdvak van een onbestemt begin tot het jaar 1150.
2e Tydvak van het jaar 1150 tot 1572.
:3e Tijdvak , 1. Afdeeling van het jaar 1572 tot 1679.
2. Afdeeling van het jaar 1679 tot 1766.
3. Afdeeling van het jaar 1766 tot heden.
eerste tijdperk.
Oude Nederlantse Taal en Letterkunde van een onbestemt
begin tot het jaar 1150.
6.
Van de talrijke volkstammen, dewelke zich onder d—al-
6