Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
teekend, dan dat van Jehu; van den man, die door God be-
stemd was, om het wraak-vonnis over het huis van Achab
ten uitvoer te brengen , en het hoofd te zyn eener nieuwe
dynastie in het rijk van Israël. J. H. van der Palm.
Aanmei\king. Eigennamen zijn nieeslal uildrukiiingen van bepaal-
de denkbeelden.
3.
Indien de ware bedoeling der fraaije kunsten zich daartoe
uitstrekt, om ons een levendig gevoel voor het schoone en
nuttige, en tevens een sterken afkeer van het afschuwelijke
en booze in te boezemen ; dan is er ons ook niet weinig aan
gèlegen, dat wij de ware redenen en onfeilbare regelen leeren
kennen, waaraan wij de gewrochten der kunst kunnen toet-
sen. Dit bespiegelende gedeelte, deze theorie der fraaije we-
tenschappen , deze wijsgeerige behandeling der kunsten, als
ik ze zoo eens noemen moge, was ten allen tyde de geliefde
studie der edelste vernuften onder alle beschaafde volkeren.
Joantws Litblink, de Jonge.
Aakmerkinc. Volgens § 91 Spraak!:, en § 23, 42 en 43 iler
Spraakl., zijn de voornaamwoorden als vormwoorden Ie beschou-
wen; zij hebben dus, op zich zeiven slaande, geen beteekenis. In
deze en de volgende oefeningen moeien zij bescliouwd worden,
als de uildruklsing van eenig denkbeeld le vervangen, en daarom
ook als de uildrukking van hel denkbeeld zelf le zijn.
4.
Toen Peleus ('tis al lang geleên)
Met Thetis zou gaan trouwen,
Kwam vriend en maagd verheugd bij een,
Om feest met hen te houên.
Jupyn gaf ook, om 't huwlijk blij ,
Een groote jongeluipartij
Op een der bruiloftsdagen ,
Waarbij hij heel het Godenheer,
Uit hemel, aarde , hel en meer,
Had op d'Olymp doen vragen.
N. J. Stoi'm van 's Gravesande.
Aanmebking. De werkwoorden, alsmede de bijvoegelijke naamwoor-
den , die als gezegde voorkomen, drukken meestal bepaalde denk-