Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
wm
68
woonplaats geleegen waren , of noch leggen. — In een aptee-
kerswinkel vindt men op ieder flesje en potje een etiket of
opschrift, dat den naam der daarin bevatte ingredienten aan-
weist. — Wanneer men ons tegenwoordig meublement of on-
ze garderobes naagaat, moet men zeggen, dat onze taal tog
arm is; want men ontmoet daarin puur niets dan bastaard-
woorden. Komt gij bij een schrijnwerker, dan brengt hij u
in zijn magazin of atteljé,-en toont u de modernste voltaires,
kannepees, etazjeeres, sekreteeres, en meer andere kuriositij-
ten. De kleermaker maakt u fantasierokken, pantelons met
soepjees, polletoos , klooks, zjamberloeks, enz. en raadt u
dan aan om kasemier, kwier de leine, satijn de leine of
zeefier te nemen. Voeg daar nog de katelooges van de arti-
culen voor daames kleeding bij en gij kreigt een leksikon
voor de moode alleen grooter dan.....
11.
In de volgende opgaven moet, behalve op de spelling, ook
op de jüaatsing der lees- en zinleekens en het gebruik der hoofd-
letters gelet tvorden.
O wat een studi die wischkunst het is om er mal van te
worden riep onlangsch een mijner leerlingen geduurig ver-
gischt men zig dan plaas ik een plus waar minus moet
staan of omgekeert en dan is bij slot van reekening het re-
sultaat geheel misch ja antwoordde ik hem als men gedagte-
loos en vooral met tegenzin werkt zal men nooit een goet
matematikus worden ik heb u zoo dikwerf gezegd dat bij die
studi volharding goede wil en bedaard overleg verijsten
zijn dat wanneer men eenmaal de beginselen doorgeworsteld
is zij haren beoefenaars ruimschootsch voor de genomene
moeite schadeloos stelt door de rijke vruchten die zij aanbiedt
ik had mooi praaten mijn jonge vrient wilde majen waar hij
noch niet gezaaid had en vroeg mij telkens waarin licht nu
tog dat aangenaame van deze weetenschap waar is de gouden
oogst die zij belooft ik voor mij zou die wischkunst onder
de weetenschappen eeven als het grieks onder de taaien tot
de doden rekenen ook geloof ik dat zij onuitstaanbaar is
vou" ieder die enig gevoel voor het schoone heeft O hernam ik
is dit met het grieks ook het geval ach beste jongen gij oor-