Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
sel is. Een opzichter van een gevankenis noemt men sipier.
— De beste podloden zijn in zagt houd gevad, waartoe voor-
al het seederhout gebeezigt wordt. — Egijpte, dat thands
sijnsbaar aan Turkye is, is een der outste staaten der wee-
relt. Het zal den leerling niet onbekent sijn, dat het een
zeer vrugtbaar land is , vooral sedert de overvloedige waatren
van den Neil door canalen werd afgevoerd. — Hetgeen men
bij ons het coor der kerk noemt, hiet in't Flaamsch de
hoogplaets. — Wanneer men veel konverzeert met advecaten,
of prokkereurs, dan hoort men ook veel praaten van kom-
missies , pretenzies, vok'azies, sitazies, enz. die men wel
eens stathuis woorden noemt.
9.
Bij vele dingen komt meer de qualitijt dan de kwantitijt
in aanmerking. Het is immers beeter een 'goede koepon dan
agt slegte assienjaasjes te hebben , of eene goede akseptasie
dan twalef obligasies, die geen sent waart zijn. ;— De direk-
sie van de socitijt van levens assuransie heeft bekend ge-
maakt aan de partisipanten, dat er een baatig zaldoo in cas
is van sirka een halv miljoen. — De filosofie der stoïsijnen ver-
schilde veel van die der Epikuuristen. Het geldt, dat een
maakelaar reekent voor het exsekuteeren zijner kommissies,
heet provizie; even zoo ook de suurkool en endivie, die
moeder in oktoober naar den keiler brengt. — Die de matee-
zis beoefent weet wel wat men door de quadratuur van den
sirkel verstaat. — Een cubieke miriameeter is gelijk aan een
bilyoen cubieke meeters. — Een aksioma is eene uitgemaakte
waarheit; d. i. zoo klaarbleikelijk , dat er niemand aan twei-
felen kan. Zoo zecht men , dat het onderschijt tusschen twe
maal twe is vier en een augurkie is, dat het eerste is uit-
gemaakt, het laaste ingemaakt.
10.
Wanneer men de oude histoorij beoefent, moet men ook
de oude geografie kennen. Wanneer men van Assiriën, Ba-
biloniën, Mediën, Baktriên , Phoenisiën , Perzién ; Lidiün ,
Aegypten, Aetiophien , Kartago, enz. leest moet, men zig
duidelyk kunnen voorstellen, hoe die verschillende contreei)/
ten opzichte van elkander, als ook ten opzigte zijner ijiPfie