Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
loopt ten ende. De geestige verklaarder der Nederlantse
spreekwoorden zecht, dat een brandende en gestaadig verte-
rende kaars een zoed zinnebeelt van 'smensen leven is, so er
het agterlaaten van stank in 't uitgaan maar mach afbleiven.
7.
Gij kunt uwen dorst naar kennis lessen door te horen naar
de lessen van uwe onderweisers. — Een out man wordt door-
gaans een grijzaart genoemt. — Hem, die zig anders vertoond
dan hij is, noemt men eenen valsaart of vijnsert. — Een
luijaart kan een voorbeelt aan de bijjen en mierren ne-
men. — Een strooijen boet is een lichte dracht in den zoo-
mer. — Wanneer men eene spin haar wep ziet maaken , zou
men genijgt zijn te geloven, dat het eiverige beesjemetver-
staut begaaft was. — De ervelijkheit der grote lenen begon
in de vijftiende- eeu. — Die de tijdreekenkunden niet leerd,
kan zig grofelijk vergisschen in de rangschikking der gebeur-
tenissen. — De sluisen dienen tot kering of loozing van het
waater. — Hij neemt sijn plicht siegt in agt; hij lagt met
onse waarschouwingen, en pogt tog op sijn goet gedrach. —
De spaarspot van den gierigaart vald niet seiden in de bant
van een verspilder. — Na eene reegebuij scheint het gras
veel groender. — Hoewel dit papier dunder leikt dan het an-
dere, is het tog veel zwarer en durer. — Meggelen is eene
stat in Belgien. —Arminius of Herman was de aan voerer der
Germaanen teegen de Romijnen. — ïans heeft men in grote
Steeden ambagtsschoolen, waar de jonge luiden reekenen, te-
kenen , wisch- en werktuigkunde leren; altans wordt hun
de nodige beginselen van die weetenschappen onderweezen.
8.
Sitroenen en sinaasappelen ,zijn verfrissende vrugten. —
Voorheen reekende men met stuijvers en penningen; tans mei
senten; dit is voor het sijferen oneindig gemakkelijker. —
Men heeft verschillende kloosterorders, als de Benedikteinen
de Fransiscaanders, de Garmeliten, de Sellebroêrs of Aleksi-
aanen, enz. — Men heeft begreepen, dat eens^ame opsluij-
ting voor de zeedelijke verbeetering der gefangenen voordelig
was. Men heeft daarvoor de selluleere tugt- of verbeeterhui-
sen uitgedagt, waarin voor elk boos wigt een afzonderleike